De vertraging van de versterkingsoperatie treft ook de dorpshuizen: ontmoetingsplekken die van onmisbaar belang zijn voor dorpen en die grotendeels gerund worden door vrijwilligers.

Groninger Dorpen, een van de leden van het Groninger Gasberaad, heeft begin oktober haar zorgen verwoord in een brief aan de Nationaal Coördinator Groningen en het Centrum Veilig Wonen.De reacties van de dorpshuizen op deze brief zijn volgens Pieter Knol, medewerker van Groninger Dorpen, kort samengevat: ‘goed dat jullie dit doen, we worden er gek van.’ Het schiet maar niet op, is de kern van het betoog. En vooral: het legt een grote druk op bestuurders van dorpshuizen, die deze functie veelal vrijwillig bekleden.

In haar brief (hier te vinden) stipt Groninger Dorpen drie aandachtspunten aan. Het belangrijkste knelpunt voor de dorpshuizen die nu in het traject zitten, is dat nog geen enkel definitief versterkingsadvies is vrijgegeven, en dit terwijl de eerste rapporten al in november 2016 zijn opgeleverd. ‘Het geduld van dorpshuisbestuurders wordt zo op de proef gesteld en er blijft onduidelijkheid over de uit te voeren maatregelen’, zo staat in de brief. Vaak zijn er ook plannen voor verbouwing of verduurzaming, of andere plannen met het gebouw, waar de dorpshuizen al ver mee waren, ook met het rondkrijgen van de financiering. Plannen die nu opgeschort worden.

Ten tweede hebben ook dorpshuizen te kampen met slechte communicatie en regelmatige personeelswisselingen bij NCG. Een punt dat enkele weken geleden ook al in het rapport van de Onafhankelijke Raadsman naar voren komt. Ook dit komt duidelijkheid over de situatie niet ten goede.

Ook een reden om aan de bel te trekken was dat er gekeken werd of dorpshuizen tussen 0,2 en 0,3 PGA-contour nu toch weer wel versterkt moesten worden. Groninger Dorpen had zorgen om de mogelijk ingrijpende gevolgen voor een aantal dorpshuizen. Dit lijkt mee te vallen op basis van de laatste berichten.

Toch ziet Groninger Dorpen, samen met de vrijwilligers, nog altijd ‘de kansen (…) die versterking kan brengen, maar dat signalen nu wel serieus genomen moeten worden en dat er tempo gemaakt moet worden.’ De grote algemene achterstand met de versterkingsadviezen lijkt niet gunstig voor het tempo van het beschikbaar komen van de definitieve versterkingsadviezen. We hopen met Groninger Dorpen mee dat dusdanige keuzes gemaakt worden in de aanpak dat ook deze dorpshuizen snel wél door kunnen op een manier die dorpshuis en dorp past.