Behoefte aan tiltmeters onverminderd groot

Het Groninger Gasberaad heeft kennis genomen van het rapport van Antea “Onderzoek Meetinstrumenten, Verschillenanalyse“. Ook heeft het Groninger Gasberaad kennis genomen van de reactie van OMEM op dit rapport. Het Gasberaad herkent zich in de analyse en conclusies van OMEM en sluit zich daarbij aan.

Antea concludeert op basis van vergelijkingen van meetinstrumenten dat er voor tiltmeters geen toegevoegde waarde zou zijn. De vergelijking is gebaseerd op het vergelijken tussen verschillende meetinstrumenten waarbij gekeken is hoe nauwkeurig deze meetinstrumenten grondversnellingen kunnen vastleggen. Daar scoort de tiltmeter laag, lager dan de KNMI of de TNO-sensoren. Maar dat is ook niet verwonderlijk. De meerwaarde van de tiltmeters is primair níet gelegen in het meten van grondversnellingen (daarvoor zijn andere instrumenten inderdaad effectiever) maar de meerwaarde is gelegen in het vaststellen wat er ín gebouwen, infrastructuur of dijken, kades e.d. aan daadwerkelijke ‘bewegingen’ plaatsvinden, of plaats hebben gevonden. De verschillende type meetinstrumenten genereren andere data en zijn complementair aan elkaar. De verschillende meetinstrumenten vergelijken op één criterium is hetzelfde als appels met peren vergelijken.

Wij vinden het daarom een gemiste kans dat Antea niet een scherpere opdracht heeft gekregen van de Nationaal Coördinator Groningen (NCG). Er had gericht onderzocht moeten worden welke vragen momenteel onbeantwoord blijven omdat data ontbreken. En welke rol ieder instrument bij het beantwoorden van vragen kan spelen.
Ook vinden wij het merkwaardig dat voor het onderzoek van Antea alleen partijen als KNMI, TNO, of CVW zijn geinterviewd en niet ook een interview met het maatschappelijk veld (bv OMEM) is opgenomen.
De behoefte aan tiltmeters in deze regio bestaat al lange tijd, de Tweede Kamer heeft er een motie over aangenomen maar opnieuw moest een onderzoek voorkomen dat er toegegeven wordt aan dit maatschappelijk belang. Dit is onacceptabel. De mijnbouwschade is complexer dan het enkel vaststellen van de grondversnelling na een aardbeving. De beweging in de ondergrond door cumulatieve trillingen, bodemdaling, waterpeilaanpassingen, zoutpijlers, verweking, enz. kan mijnbouwschade veroorzaken zonder directe relatie met één beving. Het is daarom van belang om de eventuele beweging en spanningsopbouw en ontlading van gebouwen e.d. zélf te kunnen registreren d.m.v. tiltmeters zodat meer gegevens beschikbaar komen over het ontstaan van schade.

Kortom, dit rapport geeft onvoldoende onderbouwing om het plaatsen van meer tiltmeters nog langer uit te stellen. Wij verzoeken de NCG dan ook op korte termijn een plan van aanpak voor het zo snel mogelijk gericht installeren van tiltmeters te presenteren. Wij stellen voor dit in overleg te doen met relevante belangenorganisaties en onafhankelijke wetenschappers/experts om zo goed mogelijk tegemoet te komen aan de maatschappelijke behoefte.

Er moet daarnaast gevolg gegeven worden aan het advies van Antea om het (bestaande) meetnet in zuidelijke richting uit te breiden. Hoe eerder hoe beter, bij voorkeur aangevuld met tiltmeters.