Bevingsverhaal van David

In de achtergevel ontstonden bij David de eerste scheuren. Deze scheur loopt verticaal van de bodem tot aan het raamkozijn.

Wie: David (63)
Woonplaats: Groningen
Huis: Een drie-onder-een-kapwoning in Paddepoel
Te maken met: Kleine scheuren en het gevoel niet serieus te worden genomen

In het najaar van 2016 ziet David zijn eerste schade. In de achtergevel zit een scheur, die eerst was bedekt door een bloeiende druivenplant. Het is dan nog een haarscheurtje. Niet dramatisch, denkt David, maar in de maanden daarna wordt de kier wel groter. En daarom doet hij in maart van 2017 zijn eerste schademelding.

Zo’n twee weken later komt er via het Centrum Veilig Wonen (CVW) een schade-expert van Octa Adviseurs langs. David laat scheuren zien in de buitengevel, op de tweede verdieping en in de nok van het huis. De expert kijkt ernaar en zegt zo goed als niets tegen David. Hij laat alleen weten dat er binnenkort een schaderapport volgt.

Dat rapport komt niet binnen de beloofde acht weken, maar pas begin juni. Conclusie: het is zettingsschade. ‘Dat heeft me erg verbaasd’, zegt David. ‘Het huis staat er al meer dan veertig jaar, en wij wonen hier nu zo’n twintig jaar. Altijd zonder problemen. En dan hebben we nu, terwijl er bevingen zijn, ineens zettingsschade? Dat vind ik een buitengewoon ongeloofwaardig verhaal.’

David neemt er geen genoegen mee. Hij maakt een week later bezwaar bij het CVW en doet een verzoek voor een contra-expertise. Die komt er niet, maar begint juli komt er wel wat anders op de mat; het aanbod van een voucher om schade tot 1.500 euro te laten repareren. ‘Dat vond ik een lastige’, vertelt David. ‘Als ik zeker wist dat er in de stad niet meer bevingen komen, had ik het gedaan. Maar het begint hier juist pas.’

David besluit er eens goed over na te gaan denken – hij heeft immers een jaar om de keuze te maken. Zijn vrouw ziet het aanbod eerst wel zitten. Gewoon niet te ingewikkeld doen; dan is het maar afgehandeld, zo redeneert ze. David krijgt later ook telefoontjes van zijn contactpersoon bij het CVW. Met ‘vriendelijke belangstelling’ wordt hem min of meer verzocht om een beetje tempo te maken met de beslissing.

David wil eerst meer informatie. Hij laat een kennis, die aannemer is en zelf bevingsschade heeft gehad, zijn huis eens grondig bekijken. Van hem weet David in ieder geval zeker dat hij ervaren en onafhankelijk is. De conclusie van de vrijblijvende inspectie; dit is zeker geen zettingsschade.

Van buurtgenoten weet David inmiddels dat zij wel schade vergoed hebben gekregen. Dat gaat volgens David vaak via hetzelfde patroon. Eerst beweert de eerste expert dat er geen bevingsschade is, dan concludeert de contra-expert van wel en op het gesteggel tussen beide experts daarna volgt dan vaak een vergoeding.

David kan zo vijf adressen in de buurt opnoemen waar het zo is gegaan, maar zijn proces verloopt moeizamer. ‘Waarom ik niet, maar mijn buren wel? Als de schade aan een paar huizen in deze kleine buurt officieel erkend is als bevingsschade, dan is dat bij mij toch niet anders? Ik kan niet tegen die willekeur. Dan komt mijn rechtvaardigheidsgevoel en mijn strijdvaardigheid naar boven. Dit laat ik me niet gebeuren, zo zit de wereld niet in elkaar.’

Bevingsverhaal van David

Deze druivenplant is zomers in volle bloei, waardoor David de scheuren die erachter zaten pas ’s winters ontdekte.

In november klimt David dan in de pen. Hij stuurt een brief naar het CVW en stuurt die ook naar de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) en de gemeenteraad. Hij schrijft over zijn dilemma: moet hij de voucher aannemen of alsnog voor een contra-expertise gaan? Hij krijgt geen reactie. Van de NCG krijgt hij alleen een bevestigingsmail met de boodschap dat een behandelaar het zal ‘meenemen’. ‘Zo vaag heb ik het nog nooit gehad’, zegt David.

In december krijgt hij van het CVW wel een nadere uitleg over de voucher in de bus. ‘Toen kwam bij mij de stoom uit de oren. Ik hoef geen uitleg, ik weet precies waar het over gaat. Ik wil antwoord op mijn vragen! Wil het CVW hier gewoon zo snel mogelijk dossiers afronden, of gaan we eens kijken wat er echt aan de hand is?’

In oktober is dan al de eerste beving met Paddepoel als epicentrum geweest. Daarna zijn er meer in de stad, zoals twee weken geleden in de Oosterparkwijk. ‘Ze zijn nu nog rond de 1.0 op de schaal van Richter’, zegt David. ‘Maar ik maak me geen illusies. Ik verwacht dat ze in de toekomst zwaarder zullen worden.’

In januari laat David een offerte maken van zijn schade door een erkende aannemer, omdat er ook al scheuren zijn in de voorgevel. De aannemer raamt de schade op een paar honderd euro meer dan de waarde van de voucher. David heeft samen met zijn vrouw inmiddels besloten om die niet aan te nemen, maar vooral om andere redenen. ‘Het gaat me om erkenning van de schade. En ik wil niet mijn recht kwijtraken om in de toekomst nieuwe schademeldingen te kunnen doen.’

Ook voordat zijn huis schade had, was David al met de problematiek bezig. ‘Ik wil al jaren van het infuus van gas af. Als inwoner van de stad voel ik me medeverantwoordelijk voor de schade in de provincie. Je moet kijken wat je zelf maximaal kan bijdragen aan de oplossing van dit probleem, en van mij mag verduurzaming best wat kosten.’

Al bijna tien jaar heeft David een duurzame HRe-ketel, die naast warmte ook elektriciteit maakt en gas heel efficiënt omzet in stroom. Sinds een jaar of drie heeft hij ook zonnepanelen. Zijn huis is daardoor energieneutraal, maar van het gas af lukt nog niet. Hij had graag gezien dat zijn huis was aangesloten op het net van aardwarmte, maar dat project is afgekapt vanwege mogelijke aardbevingen.

David wil dat de stad erkend wordt als gebied met lichte bevingsschade. Volgens hem tonen de scheuren in het stadhuis in 2014 en de scheur in het UMCG na de beving van Zeerijp duidelijk aan dat de stad nu ook een gevarenzone is. ‘Die schade was trouwens zo opgelost. De grote jongens worden meteen gehoord en bediend. Nu moet dat ook voor individuele bewoners gaan gebeuren. Waarom is er dan zoveel strijd nodig?’

‘Natuurlijk zijn de problemen hier van een andere orde dan in bijvoorbeeld Loppersum’, zegt David. ‘Hier staan huizen niet op instorten, dus we hoeven niet meteen zenuwachtig te worden. Maar bewoners van de stad moeten goed op hun huis letten en niet aarzelen om een schademelding te doen. En dan mag je best twijfelen aan conclusies van experts, want: wiens brood men eet, diens woord men spreekt.’