Wie: Lieze (52)
Woont: In Westeremden, samen met haar man en twee kinderen
In: Een kleine, helemaal zelf opgeknapte, woonboerderij
Heeft te maken met: Meervoudige complexe schade, die daarnaast niet op de juiste manier is uitbetaald.

Zo’n vijf jaar geleden ontdekten Lieze en haar man voor het eerst schade aan hun zorgvuldig gerenoveerde woonboerderij. Zestien jaar woonden ze er toen. Vanuit het zuiden waren ze naar Westeremden getrokken voor de rust en de ruimte, en de omgeving van het prachtige, rustieke dorp. Zo ervaren ze dat nog steeds, al vrezen ze voor de toekomst van het kleine, pittoreske plaatsje.

Vijf jaar geleden begon het dus. Dat was nog lang het ergste niet. Dertig scheuren in huis. De NAM kwam erbij en dichtte de schade. Het was zo opgelost.

Drie jaar geleden begon de echte misère. De scheuren waren terug, maar dat niet alleen: er waren nog een heleboel bijgekomen. De schuur had ook een fikse scheur, waardoor die scheef begon te zakken. En de schoorsteen had ook een klap gehad, die zou vervangen moeten worden.

Het CVW komt eraan te pas en die beoordeelt de schade als B-schade. Lieze en haar man besluiten akkoord te gaan. “Dan waren we maar van het gedoe af”, verzucht Lieze. Over één ding worden ze het met het CVW niet eens: de reparatie van de schuur. “Die scheur in de schuur dichtsmeren had geen enkele zin”, stelt Lieze. “Hij zakte schever en schever, dus daar moest echt wel iets anders aan gebeuren.” Als er wéér iemand van het CVW bij de schuur komt kijken, beoordeelt hij de schade als C-schade. Lieze en haar man zijn nog verder van huis, en besluiten en contra-expertise te laten doen.

Ondertussen gebeurt er iets wonderlijks. Lieze en haar man ontvangen geld voor het repareren van alle andere scheuren en de schoorsteen, maar wanneer ze de schoorsteen laten repareren, is het geld meteen op. “Toen we het schaderapport, samen met een nieuw contactpersoon bij het CWV, nog eens doornamen, bleek dat die schoorsteen in de berekeningen voor het gemak maar weggesaneerd was. Vandaar dat we te weinig geld kregen! Dat was echter niet de afspraak, dus wie dat bedacht heeft: geen idee.” Tot op de dag van vandaag is deze kwestie, met grote financiële gevolgen, nog niet opgehelderd. Ondertussen is nog geen enkele scheur gemaakt, maar Lieze en haar man accepteren dat voor nu: “De meeste scheuren leveren geen gevaar op. Het geld is er nu niet en bovendien: we kunnen ze wel weer laten dichtsmeren, maar voor je het weet zijn ze weer terug. Zolang de gaskraan open staat, heeft dichtsmeren geen zin.”

De contra-expert die bij de schuur komt kijken, beoordeelt de schade als B-schade. Lieze wacht op een uitnodiging voor een gesprek tussen de contactpersoon van het CVW, haar en de expert. Veel vertrouwen heeft ze echter niet: “De contra-expert zei: “Ik denk dat dit een zaak voor de arbitrage wordt”. Het moet maar hoor. Maar iedereen kent elkaar in dit wereldje volgens mij. Wie moet ik dan nog vertrouwen?”

Scheuren en een  geschil met het CVW dat dreigt uit te lopen op een zaak bij de arbitrage: het is niet niks. “Het schiet allemaal niet erg op”, stelt Lieze nuchter vast. “Het slokt zoveel vrije tijd op en de ergernis groeit.” Dan, met een lach: “Maar goed, volgens mij is het ook niet erg leuk om bij het CVW te werken.”

Hoe dan ook, Lieze blijft strijdlustig. “Het allerbelangrijkste is dat je te allen tijde de eigen regie houdt. Ik wil me op een positieve manier blijven inzetten, niet alleen voor mezelf maar vooral voor deze gemeenschap, in de hoop iets te bereiken.” In het dorp zijn ze begonnen met een dorpsvisie en eisen ze bij de gemeente inspraak in de toekomstplannen van het dorp, over bijvoorbeeld de versteviging. “We moeten erbij betrokken worden, dan kunnen we meebeslissen en hebben we invloed. We zijn een hechte gemeenschap en zetten met het dorp de schouders eronder. Kom hier maar eens kijken, dan kun je zien hoe het is!”

Het is die onzekerheid over de toekomst van het plaatsje die uiteindelijk het meest aan haar  knaagt: “Wie weet wat er hier gaat gebeuren? Als iedereen hier straks een halfjaar z’n huis uit moet en er wordt verstevigd op de manier zoals de NAM dat voor ogen heeft, dan vrees ik dat Westeremden over tien jaar Westeremden niet meer is. Ik ben bang dat heel veel mensen nog niet in de gaten hebben wat hen boven het hoofd hangt.” Haar hoop is gevestigd op 15 maart: “Laat er alsjeblieft een kabinet komen die de gaskraan dichthoudt en ons serieus neemt, dan kan het hier snel weer wat worden.”