“Gerechtigheid! Hoeveel wake up calls heeft de landelijke politiek nog nodig? Opnieuw oordeelt de rechter dat onvoldoende is gekeken naar de veiligheid van inwoners bij het nemen gaswinningsbesluit. Aan Wiebes de taak dit te stoppen!”

“Hoe is het mogelijk dat wel de rechter maar niet de landelijke politiek wil inzien dat veiligheid van inwoners voorop moet staan? Is #Shell werkelijk zoveel belangrijker voor dit land dan de eigen burgers?”

Zo formuleerde het Groninger Gasberaad op Twitter haar eerste reactie op de uitspraak van de Raad van State op woensdag 15 november. Het winningsbesluit is vernietigd, want niet juist onderbouwd. Wiebes moet aan de bak.
Deze overwinning pakken ze Groningen niet meer af.

Het gaat in dit geval om het winningsbesluit uit 2016 waarbij 24 miljard kuub gas per jaar uit de Groningse bodem wordt gehaald. In het voorjaar van dit jaar werd dat bijgesteld tot 21,6 miljard kuub. Het bleek niet genoeg: op velerlei punten werd de minister door de RvS terug gefloten.

Herman Bröring, hoogleraar integrale rechtsbeoefening aan de Rijksuniversiteit Groningen, spreekt van een ‘opsteker’. Hij noemt de uitspraak op een aantal punten ‘opvallend’. “In de eerste plaats maakt de Raad van State duidelijk dat de toepasselijkheid van grondrechten op leven (veiligheid), privacy (aantasting van het leefklimaat) en het ongestoord genot van het eigendom hoge eisen aan de motivering van het besluit stellen. Op dit punt is er overeenstemming met de uitspraak van de Raad van State van twee jaar geleden.”

“In de tweede plaats geeft de Raad van State aan dat in de afweging tussen leveringszekerheid en veiligheid die leveringszekerheid niet op voorhand het meest zwaarwegend is: veiligheid is geen ondergeschikt belang. Het meer op de voorgrond plaatsen van het veiligheidsbelang zou te maken kunnen hebben met de wijziging van de Mijnbouwwet.”

“In de derde plaats vindt de Raad van State dat de minister de leveringszekerheid nader moet toelichten, In dat kader moet aandacht worden geschonken aan alternatieven, zoals overschakeling naar hoogcalorisch gas en de bouw van conversie-installaties. In de vierde plaats stelt de Raad van State vast dat de schadeafhandeling niet vlot verloopt en de versterking niet goed van de grond komt. Uit zijn uitspraak kan worden afgeleid dat de problemen met de schadeafhandeling en versterking de omvang van de gaswinning verder onder druk zetten.”

“Ik interpreteer de uitspraak zo dat de Raad van State zegt: ‘je mag best gas winnen in Groningen, maar zorg dan wel dat je de zaken daar héél goed regelt. Schiet ermee op!’ Hiermee geeft de Raad van State aan dat schadeafhandeling en versterking meer dan voorheen ook een groot probleem van de minister en NAM.”

De uitspraak betekent volgens Bröring op het tweede, derde en vierde punt een belangrijke, voor de Groningers gunstige aanvulling op de uitspraak van de Raad van State van twee jaar geleden. Hij verwacht daarom dat de minister volgend jaar bij het herziende winningsbesluit niet genoeg zal hebben aan een ‘klein verhaal’ – louter een betere onderbouwing van leveringszekerheid en de garantie tot veiligheid voor Groningers. “Versterking en schade zijn blijvende problemen, hij zal echt met een goed plan moeten komen om dit keer wel te overtuigen met zijn winningsbesluit. Hij zal breder moeten kijken, alternatieven moeten onderzoeken en andere prioriteiten moeten stellen. Schiet het met de schadeafhandeling en versterking niet op, dan kan ook daarin een reden worden gevonden om 21,6 miljard kuub niet meer aanvaardbaar te achten.”

Een ‘stevige uitspraak’ noemde minister Wiebes het oordeel niet voor niets. Hij krijgt een jaar de tijd om een nieuw winningsbesluit te formuleren. Hopelijk heeft Wiebes dan niet alleen zijn best gedaan om bovenstaande punten beter te onderbouwen (en daarmee het winningsniveau hetzelfde te houden), maar is hij er oprecht van doordrongen hoe de situatie in Groningen is, hoe burgers in het gebied hier moeten leven en wat de gevolgen daarvan zijn. Maak op basis daarvan – en op basis van de belofte in het regeerakkoord op zoek te gaan naar ‘mogelijkheden om het afbouwen van de behoefte aan gas te bewerkstelligen’- een verstandig gaswinningsbesluit, minister, en niet op basis van ‘leveringszekerheid’. Louter op basis van geld, dus.

Over een jaar weten we hoe het nieuwe gaswinningsbesluit eruit ziet. Tot die tijd is het roeien met de riemen die we hebben. Het Groninger Gasberaad rekent erop dat nog voor de zomer van 2018 de minister zijn nieuwe gaswinningsbesluit presenteert. Immers: op 1 oktober 2018 is het jaarlijkse ‘ijkmoment’, ingesteld door minister Kamp, waarop wordt vastgesteld of het aantal kuub gaswinning op dit moment nog het juiste aantal is. Een ijkmoment voor het gaswinningsbesluit, dus. Voordat dat besluit op 1 oktober definitief ingaat, krijgt de regio nog de kans om daarop te reageren. Dat zal dus in de maanden daaraan vooraf zijn.

Wij zijn benieuwd. Mocht de minister zijn oor in Groningen willen laten hangen voor advies: wij zijn beschikbaar!