In een eerder nieuwsbericht kwamen we al met citaten uit de brief van gemeenten en provincie over de voortgang van de versterking. De conclusie was helder: die voortgang, is er.. niet! Grote vraag is nu: gaan we kijken wat in de kern de oorzaak van de stagnatie is en dát probleem oplossen? Of gaan we weer pleisters plakken, in de vorm van procesafspraken, capaciteit ophogen, en nieuwe, dure adviesbureaus inhuren, beterschap beloven, enz.? De regio heeft al diverse, aan de minister gestelde maar verstreken, deadlines laten lopen. Hoe lang nog? Hoe lang gaan we door met een papieren werkelijkheid die voor geen enkele bewoner, geen enkel concreet probleem, gaat oplossen? Hoeveel publiek geld gaan we nog in het zwarte gat van het enkel proberen te organiseren van de versterking laten verdwijnen? 

Beleidsregels versterken
Afgelopen vrijdag zijn de zogenaamde beleidsregels versterken in de ministerraad besproken en daarmee feitelijk vastgesteld. Het gaat om de procesafspraken: ‘wie doet nu wat en wanneer’. Dat is door allerlei redenen, wensen en eisen van diverse overheidslagen en juristen, een puzzel op zichzelf geworden. Oordeel zelf:

En dan te bedenken dat de partij die momenteel een sleutelrol in de versterking speelt, namelijk het CVW, hier nog niet eens in is opgenomen. Het feit dat NCG dat bedrijf met winstoogmerk nu werkelijk operationeel mag gaan aansturen doet daar niks aan af. Zo lang de meeste kennis, de meeste data en informatie bij het CVW ligt zijn zij een factor. En dat was nog tot daar aan toe, als we maar wisten wat ze deden, hoe ze het deden en waarom. Maar eigenlijk is het CVW verworden tot een mistig gesloten bolwerk waarvan niemand meer precies weet wat daar gebeurt.

Onze grootste bezwaren tegen deze beleidsregels zijn nog steeds:

  1. Er zijn te veel partijen die een rol spelen, onduidelijk wie er nu werkelijk over gaat. Verantwoordelijkheden en bevoegdheden over te veel schijven.
  2. In het proces is onvoldoende gekeken naar het ‘klantproces’ van de burger. Idealiter zou je daar beginnen met procesontwerp en kijken hoe je dat vervolgens organisatorisch faciliteert. Hier is men andersom begonnen. Comfort voor de minister moest geregeld, comfort voor de gemeenten moest geregeld, rolverdeling uitvoering moest geregeld, en dat bij elkaar opgeteld moet de bewoner het mee doen. Voor bewonersinitiatieven of concepten als vanOnderen is niet of nauwelijks ruimte binnen dit kader.
  3. Rol van het HRA-model, de NPR, en doorrekenmethodes zijn leidend gemaakt. Het wordt daarmee een technocratisch proces, het systeem neemt het over van de mens. De illusie is dat je straks ergens wat gegevens in een model gooit, en dat er dan aan de achterkant een uitkomst uit rolt die reëel te verkopen is. “Dat is nu eenmaal zo, daar kunnen wij ook niks aan doen.” De huidige situatie in Groningen leent zich niet voor een dergelijke systeemaanpak.
  4. De beleidsregels gaan niet alleen voorbij aan de sociaal maatschappelijke vraagstukken – de grote verschillen die tussen dorpen, binnen dorpen of zelfs binnen straten aan het ontstaan zijn – maar zullen die alleen maar verergeren.

Wij hebben zowel de minister van EZK als de minister van BZK op 25 april per brief onze zorgen overgebracht over de (toen nog concept) beleidsregels versterken. Een reactie hebben we nog niet gekregen. Lees hieronder onze brief aan de ministeries. (En let op de parallellen met de brief van de regionale overheden op 10 mei!)