Uitgangspunt: bewoner, woning én woonomgeving worden er beter van!

Vorige week donderdag, 29 maart, verraste minister Wiebes vriend en vijand met de aankondiging dat hij de gaskraan versneld terug zou draaien naar nul. Niet alleen wil hij naar nul, hij wil dat ook heel snel. Mijn inzet is om binnen vier jaar op vier miljard Nm³ te zitten!

Iets wat jarenlang onbespreekbaar was en voor onmogelijk werd gehouden, bleek plotseling een reële optie. En hoe moet je dáár nu op reageren? Primair was er ongeloof, verbazing maar ook grote opluchting en blijdschap. Eindelijk! Eindelijk gebeurt er iets substantieels. Eindelijk is in Den Haag doorgedrongen dat deze situatie niet langer houdbaar was. Eindelijk!

Nieuwe ronde, nieuwe kansen?

Daarna begonnen de wenkbrauwen te fronsen. Hoezo kan dit nu zomaar? Hoezo kon dit dan niet vorig jaar of het jaar daarvoor ingezet worden? Hoezo moeten we nu blij zijn met een besluit tot een stikstoffabriek die we allang hadden moeten hebben? Hoezo kan er nu afgestapt worden van de zogenaamde ‘vlakke winning’ zonder grote veiligheidsrisico’s? Hoezo weten we dan nu zeker dat de problemen in de ondergrond daarmee stoppen? Die frustraties moesten onderdrukt worden. Nieuwe ronde, nieuwe kansen, nietwaar!

Een heel Paasweekend rolden deze emoties door de provincie. Opluchting, blijdschap, boosheid, vertwijfeling, ongeloof, en argwaan. En bij het eten van de laatste chocolade eitjes is de bezinning teruggekeerd. De analyse van de nieuwe situatie kan beginnen. En wat ís die nieuwe situatie?

De feiten, uit de Kamerbrief:

  • Op zijn laatst per oktober 2022, maar mogelijk al een jaar eerder, daalt het gaswinningsniveau naar onder de 12 miljard Nm³.
  • Bij succesvolle ombouw van industriële grootverbruikers wordt een daling naar 7,5 miljard Nm³ voorzien.
  • Als alle door het kabinet ingezette maatregelen slagen, ver daaronder (volgens Wiebes dus naar 4 miljard Nm³).

Er wordt gesteld dat wanneer er deze kabinetsperiode géén aanvullende maatregelen worden genomen per 1 oktober 2023 de 12 miljard Nm³ gehaald kan worden. Deze daling wordt dan bereikt door de reeds voorgenomen plannen in onze buurlanden om de vraag naar Groningengas af te bouwen door een ombouw van laagcalorisch gas naar hoogcalorisch gas.

Verschillende maatregelen

Het kabinet somt vervolgens de volgende ingezette maatregelen op:

  1. Bouwen van Stikstoffabriek en beter benutten bestaande. Levert binnen vier jaar 8 miljard Nm³ op
  2. Omschakeling van grootverbruikers. Kan binnen vier jaar afgerond 3 miljard Nm³ opleveren
  3. Versnelde afbouw export. Kan binnen vier jaar met (4×2) 8 miljard Nm³.
  4. Verduurzaming gebouwde omgeving en glastuinbouw, afgerond binnen vier jaar 1 miljard Nm³.

De grootste en meest “harde” aanvullende maatregel is hier het besluit tot het bouwen van de stikstoffabriek. De buurlanden waren al begonnen met het ombouwen, dat is dus geen aanvullende maatregel. Hoe succesvol het omschakelen van grootverbruikers gaat zijn is nog van veel zaken afhankelijk en het verduurzamen van gebouwde omgeving levert niet direct veel op. Maar alle kleine beetjes helpen. En met deze gegevens zou het inderdaad mogelijk moeten zijn om over vier jaar rond de vijf miljard Nm³ uit te kunnen komen. Kosten: zo’n 700/800 miljoen euro.

Nu kunnen we zeggen: ok, een stikstoffabriek.. Als diezelfde stikstoffabriek gewoon gebouwd was in 2016 (wat eerder de bedoeling was!), en de industrie was aangesproken, dan hadden we over twee jaar al onder de 12 kunnen zitten..

Maar we kunnen ook de rekensommen overboord gooien.. En ons focussen op de principiële keuze die het kabinet gemaakt heeft; de gaswinning gaat zo snel mogelijk naar nul! Oók als de gasbel nog niet leeg is. Dat is een ongekende beweging.

Nieuwe onzekerheden

Voor de huidige problemen lost dit nieuwe besluit nog niets op. Sterker nog: het genereert op de korte termijn nieuwe onzekerheden. Bovenop op die er al waren. Hoe moet het met de lopende versterkingsoperatie? Hoe moet het met het vervolg daarop? De inkt van de door NCG zwaarbevochten versterkingskaders met NAM is nog niet droog of we kunnen opnieuw beginnen. Nu was en is er veel aan te merken op die kaders en de manier waarop ze in de praktijk uitpakken, maar het gaf in ieder geval een begin van een richting. Het gaf een manier om aan te geven of een woning veilig was. Een onmogelijke manier, maar het was er één. Met het nieuwe besluit moet opnieuw bezien worden hoe dit afbouwscenario zich verhoudt tot de veiligheid in Groningen. Er wordt daarover voor deze zomer een rapport verwacht maar ook dat rapport zal niet alle sluitende antwoorden bevatten.

Opnieuw dreigt Groningen straks te verzuipen in een veelheid aan technische details die stuk voor stuk ter discussie worden gesteld. Een heilloze weg. De grootste winst van het kabinetsbesluit is dat verwacht mag worden dat de komende tien jaar de seismiciteit afneemt en uiteindelijk (wanneer?) stopt. Dat is belangrijk, want dat betekent dat er perspectief is. Dat de regio naar de toekomst kan gaan werken. Het is niet langer letterlijk ‘dweilen met de (gas)kraan open’. We kunnen nu de draai maken van uitzichtloos schade herstellen naar een serieuze wederopbouw van het gebied. Zowel in ruimtelijk, sociaal-maatschappelijk, economisch als cultureel opzicht. De versterking kan daar, waar nodig, onderdeel van uitmaken maar hoeft niet de belangrijkste drijfveer te zijn.

Een andere koers

Voordat het kabinetsbesluit was genomen heeft het Gasberaad al geadviseerd de versterking ook op die manier te benutten. Bijvoorbeeld door in na-oorlogse wijken onverkort herstructurering (lees nieuwbouw) door te voeren en in dorpen en voor bedrijven en agrariërs maatwerk te leveren. Altijd in nauw overleg met de bewoners, waarbij steeds het uitgangspunt moet zijn dat zij, hun woning én de woonomgeving er beter van moeten worden. Dat is legitiem omdat het gebied in allerlei opzichten geleden heeft onder de gaswinning. Groningen moet niet Groningen blíjven, Groningen moet Groningen weer worden!

Juist nu moeten we dat niet vergeten. Het terugdringen van de gaswinning is één ding, het oplossen van de ontstane problemen op verschillende niveaus is een andere. Het kan niet zo zijn dat de kosten die gemoeid zijn met de afbouw van de gaswinning, gezien gaan worden als “investeringen voor Groningen”. Die kosten voor het dicht draaien van de gaskraan zijn voorlopig geraamd op ruim € 700 miljoen, maar dat is een schijntje afgezet tegen de miljardenoperatie die de versterkingsopgave zou gaan kosten. Wanneer het kabinet geen substantiële middelen gaat inzetten voor herstructurering en verdere wederopbouw van Groningen dan laadt het de verdenking op zich dat het hele besluit is gericht op financiële beheersing. En niet primair voor het belang van Groningers. Onder substantiële bijdrage verstaan wij overigens, ten overvloede, meer dan de in het regeerakkoord genoemde € 50 mln. per jaar voor de komend vier jaar.. Er zal een lang(er)jarig programma nodig zijn om Groningen weer op het droge te krijgen.

‘Ben ik, zijn mijn kinderen, veilig?’

Van de Groningers zelf wordt ondertussen veel gevraagd. Niet alleen het doorlopen van moeizame schadeprocedures is belastend, vooral de voortdurende onzekerheid drukt zwaar. Zijn we nou wel of niet veilig? Kan ik mijn kinderen nu wel of niet verantwoord boven laten slapen? Zou ik mijn huis ooit kunnen verkopen? Moet ik wel of niet investeren in het onderhoud van mijn woning? Is die geplande verbouwing nu verstandig? Kan ik verantwoord investeren in mijn bedrijf? Wanneer zou mijn schade worden vergoed? We kijken nu al twee jaar tegen dezelfde scheuren aan en de situatie verslechtert alleen maar. Ik heb een rapport waarin staat dat mijn huis niet voldoet aan de veiligheidsnorm, hoezo is dat na een besluit in Den Haag niet meer zo? Hoezo is het nu (opnieuw) de vraag óf, hoe en wanneer mijn huis wél aan de veiligheidsnorm voldoet? Waarom beslissen anderen over mij en mijn huis? Is die nieuwe minister nu wel te vertrouwen? Kan het waar zijn dat de gaskraan dicht gaat? Waarom gaat de NAM nu een aanbod doen voor mijn (oude) schade? Die waren er toch “uit”? Hoe weet ik dat het aanbod goed is? En als ik akkoord ga, behoud ik dan mijn rechten? En als ik het er niet mee eens ben, wat dan? Groningers hebben vragen, vragen, vragen. En dat al jaren lang. En steeds als ze denken het antwoord te hebben wordt alles weer anders. Deze mentale belasting is in toenemende mate ziekmakend.

Hoe komen we hier met elkaar uit? Dat is misschien wel de moeilijkste opgave. Het kabinetsbesluit kan een eerste stap zijn maar Groningers is het hardhandig afgeleerd om te vertrouwen op de politiek en (rijks)overheid. Scepsis en cynisme hebben het gewonnen van de nuchterheid. Daarmee is wat ons betreft de centrale opgave: Groningers moeten weer Groningers kunnen worden.