Wie: Femke (63)
Woonplaats: Meedhuizen
Huis: Een woonboerderij uit de jaren ’30
Te maken met: Ernstige schades aan huis, schuur en atelier, jarenlange slepende procedures met CVW en NAM

“Weet je, ik heb een pitbull-mentaliteit”, zegt Femke. “Ik geef nooit op, er móet een oplossing komen. Maar het is me wel wat geweest hoor, de afgelopen jaren.”

Aan het woord is Femke uit Meedhuizen. In 2015 meldt ze bij het CVW schades aan haar huis, schuur en atelier. In de hoop tot een snelle oplossing te komen. Dit verhaal in het kort? Na drie jaar lang van het kastje naar de muur, verschillende zaakbegeleiders en offertes, loze beloftes en daarnaast een verdrietige privé situatie (haar man overleed enkele jaren geleden), is er nog helemaal niéts veranderd. Toch geeft Femke niet op. En besluit ze openheid van zaken te geven, in de hoop dat iemand (NAM, overheid, lokale bestuurders) hier iets van meeneemt.

“Kort nadat ik in 2015 mijn eerste melding gedaan had, kwamen experts van het CVW langs. De schade was fors: een deel van het woonhuis en de schuur waren verzakt, in m’n atelier zaten forse scheuren. ‘Binnen een halfjaar hebben we dit opgelost mevrouw!’, werd me gemeld. Helaas alleen maar mondeling, net als alle mooie beloftes die daarna nog zouden komen. Het werd een tijdje langer.”

Veel van de schades werden afgedaan als C-schades. Volgens de experts moest de waterafvoer vervangen: die was achterhaald en zou verantwoordelijk zijn voor de wateroverlast die na veel regen in Femkes schuur ontstond. Volgens Femke toen nog best een plausibel verhaal, dus ze vervangt hem. Kosten? €1000. Bij de eerst volgende plensbui stond de schuur zo weer onder water.

“Oei”, dacht Femke toen. Ze besluit tot een vervolgonderzoek, door contra-expertise bureau Vergnes. Die vegen een groot deel van de conclusies van de eerdere experts van tafel: veel is wel aan te wijzen als aardbevingsschade. Maar ja, wat dan?

Ondertussen ontstaat ‘paniek in de tent’, zegt Femke met gevoel voor understatement. Op het dak van de schuur wordt open asbest gevonden. CVW erbij, gemeente erbij. Daar moest toch echt iets mee, zo snel mogelijk. Ze hoort een jaar lang niets, hoe vaak ze ook belt, mailt of schrijft. Elke keer komt het aan op een ‘terugbelverzoek’, maar gebeld wordt ze niet.

In die tijd overlijdt haar man. Het is een heftige periode. “Mijn man zei altijd tegen me: ‘Fem, rustig aan nou maar, laat het los, het komt wel goed.'” Ze glimlacht erbij. “Nu hij weg is, is voor mij het hek van de dam. Dit moet opgelost. Ik ga dóór”, vervolgt ze strijdvaardig.

Bij elke aardbeving hoort Femke het huis ‘knappen.’ Na weer een fikse klap ontdekt ze dat asbest van haar schuur in het kippenhok terecht gekomen is. De maat is voor haar vol. “Mijn dieren, mijn bezoekers in het atelier, ikzelf: we zijn gewoon niet veilig hier. Er móet wat gebeuren.” Ze sluit een lening af en laat het asbest van de schuur verwijderen. Dit resulteert in een nieuw probleem: alleen de vier instabiele muren van de schuur staan nog, minstens zo gevaarlijk als een dak met asbest erop. Ze sluit weer een lening af en laat de hele schuur verwijderen. “Nu ligt er alleen nog een betonnen plaat op de plek waar ooit de schuur stond. Het lijkt wel een oorlogsgebied hier, het slaat werkelijk nergens op.”

Na een jaar lang niets gehoord te hebben, besluit ze in 2016 ook contact op te nemen met de Onafhankelijk Raadsman. Kan hij haar helpen? Met zijn bemiddeling krijgt ze een vast contactpersoon bij het CVW aangewezen. “Eindelijk een prettige man. Zo aardig en empathisch. We gaan het oplossen mevrouw, zei hij. Dat was toen zo geweldig om te horen!”

Het duurt wederom een tijd, maar in juni 2017 komen CVW, Vergnes en een aangestelde derde deskundige tot een ‘principeakkoord’ over het woonhuis. “Blijkbaar waren mijn schuur en atelier erbij ingeschoten, maar op dat moment dacht ik alleen maar: ‘we maken stappen, de rest zien we hierna wel weer'”, legt Femke uit. Er moet even een offerte aangevraagd en dan kan men aan de slag, was de belofte.

Het loopt anders. Haar zaakbegeleider neemt ontslag bij het CVW en ze krijgt een nieuwe toegewezen. Hij moet even zien hoe hij ‘de zaak – waar hij dan ook het atelier en de schuur onder schaart, voor elkaar krijgt.’ Het lukt hem een hele tijd lang niet.

Bij Femke loopt de emmer inmiddels over. Zo’n intensieve periode van overleg, hoop, verdriet en rouw en ondertussen een onveilig huis: ze slaapt niet meer. Meldt zich bij de huisarts en kan gesprekken voeren met een maatschappelijk werker. Daar leert ze weer hoe het is om los te laten, dingen even van een afstand te beschouwen. Ze praat nog steeds en dat doet goed: “Het geeft me op een bepaalde manier de rust die ik nodig heb.”

Inmiddels is het maart 2018. De zaakbegeleider is er nog altijd mee bezig, begrijpt ze uit de standaardmails die ze keer op keer terugkrijgt. Femke wil met haar zaak naar de arbiter: al dat geouwehoer de hele tijd. Ze wil weer vooruit! Ook dat levert weer een bult gesteggel op: omdat ze een derde deskundige op de zaak heeft gehad, kan ze volgens het CVW niet naar de arbiter. De moed zakt haar (bijna definitief) in de schoenen. Volgens contra-expertise bureau Vergnes is het echter onzin en nu staat ze toch op de rol. Maar voor wanneer? Niemand die het weet.

Dan maakt NAM bekend voor oude schadegevallen – waar Femkes zaak er een van is – met definitieve, ruimhartige aanboden te komen. Wat betekent dit voor haar zaak? Femkes zaakbegeleider is begin april, de dag voordat ook hij bij CVW vertrekt, weet het ook niet en brengt ook geen fraai nieuws: “Uw offerte is nog niet gereed, want het wordt te duur.” ‘Hoe is dat nou mogelijk?!’, denkt Femke. “Uiteindelijk moeten toch gewoon de schade die ik heb en de kosten die daarvoor zijn gemaakt vergoed worden?” De zaakwaarnemer weet niet wie hem opvolgt en hoe het verder moet. Femke zit in zak en as.

Als klapper op de vuurpijl deelt de derde zaakbegeleider haar, op niet al te vriendelijke wijze, begin mei mee dat álles wat er tot dan toe besproken, bereikt en in de offerte opgenomen is, teniet wordt gedaan. “U ontvangt immers binnenkort een definitief aanbod van NAM. Dat vindt u toch niet toereikend (zijn letterlijke woorden, benadrukt Femke), dus dan kunt u daarna als nog door naar de arbiter.”

Femke is verbijsterd. Net als de aannemer overigens. Wat een werk, wat een energie, en dat allemaal voor niets! Maar wat kan ze nog? Haar rest wachten op het aanbod van NAM.

Ondertussen dient ze een klacht in over zaakwaarnemer 3. De manier waarop hij handelt deugt aantoonbaar niet. Hij wordt van haar zaak afgehaald. “Toch nog een klein lichtpuntje”, schatert Femke cynisch.

En dat bod van NAM? Nee, toereikend is het bepaald niet, zo blijkt korte tijd later. “Wat een lachertje”, zegt Femke. Blijkbaar waren ook hier de helft van m’n dossiers kwijt, want alleen voor het woonhuis heb ik een calculatie gehad.” Ze wijst het aanbod resoluut af en wacht nu op de arbiter. Haar laatste kans?

“We gaan het zien”, zegt Femke. Ze berust er een beetje in: “Alles ligt nu bij de arbiter, dus meer kan ik er op dit moment niet aan doen. En zoals gezegd, geef ik nooit op. Met humor en relativeringsvermogen zorg ik dat ik niet wegzak in een depressie. Wat moet je anders?! Al snap ik wel dat heel veel mensen heel raar worden van deze situatie. Wat een wanhoop zie je in Groningen. Mijn verhaal staat echt niet op zichzelf, hoor.”

Hoe ziet ze de toekomst voor zich? “Wat we in Nederland nodig hebben, is een overheid die  niet geld, maar de mens op de eerste plek zet. Achter elke voordeur hier in Groningen schuilt een verhaal. Maar ja, aan de koers van dit kabinet kunnen we op het moment niet zoveel doen: ze zijn democratisch gekozen en hebben een meerderheid.” Ze zucht even. “Ik hoef alleen maar een gemaakt huis met een schuur, een gezellige plek. Het onderste uit de kan is écht niet nodig.” Dan, monter: “Ik wíl blijven hopen dat het goedkomt. Zolang er hoop is, kan er nog gestreden worden.”