U verwacht misschien dat we in deze nieuwsbrief nauwkeurig uiteenzetten wat het Gasberaad vindt van de databases onder het zogenaamde HRA-model, de gebruikte data, de wijze van verwerking de uitkomsten en de vertaling daarvan naar een versterkingsaanpak. Maar dat doen we niet. We gaan ook niet in op tabellen met aantallen uit verschillende batches en subcategorieën en de verschillende regimes, regelingen en tijdpaden die voor al die subcategorieën zou moeten gaan gelden. Zelfs als we het allemaal nog zouden begrijpen, zouden we er niet op in gaan.

Want waar ging het ook alweer om? Laten we even terughalen hoe we hier zijn beland. Een jaar geleden presenteerde de NCG zijn planning voor de versterkingsoperatie conform de afspraken met het kabinet. Inmiddels was duidelijk geworden dat deze operatie onwaarschijnlijk omvangrijk zou worden, lang zou gaan duren en de regio als geheel er niet direct beter van zou worden. In essentie werd de operatie gestuurd door NAM, aangezien dat de betalende partij was. NAM, niet helemaal onbegrijpelijk, stuurde op kostenbeheersing en ‘control’. Niet meer betalen dan strikt noodzakelijk voor de veiligheid. De NCG had niet of nauwelijks ‘smeerolie’ om processen te versoepelen, laat staan dat gemeenten de versterking als hefboom voor serieuze herstructurering konden gebruiken. Corporaties waren overgeleverd aan de kaders van NAM en er gebeurden dingen die niemand eigenlijk begreep. Er werden bijvoorbeeld grote bedragen geïnvesteerd in woningen die dat niet waard waren en ook daarna niet waard werden. Voor de ontwikkeling van wijken of dorpen was geen ruimte.

Het Gasberaad heeft dat najaar een advies geschreven over de versterking: ‘De wal keert het schip’. Een constructieve poging om aan te geven hoe het misschien wél zou kunnen. Op zo’n manier dat betrokkenen zowel individueel als in samenhang met wijk en dorp er beter op zou worden. En op zo’n manier dat niet alleen de desinvesteringen maar ook de overheadkosten fors beperkt konden worden. Er werd enthousiast gereageerd op ‘De wal keert het schip’, steun vanuit alle hoeken. Toch werd conform het voorstel van de NCG besloten door de bestuurders, waarbij de regio wel een aantal voorbehouden maakte: er moest meer mogelijk worden om koppelkansen in wijken en dorpen te realiseren, er moest meer armslag komen om tegemoet te kunnen komen aan individuele behoeften en de NAM moest uit het systeem, in plaats van de kaders te bepalen.

Ruim twee maanden later kwam het kabinet met het voornemen serieus werk te gaan maken van het terugdringen van de behoefte aan Gronings gas. Hulde daarvoor. Maar de daadwerkelijke reden voor dit besluit is het creëren van een mogelijkheid om de versterkingsopgave te stoppen. En dat is dus gebeurd. Niet het verbeteren ervan maar het kleiner en beheersbaar maken. De regio heeft zich verzet: bijsturen en kwaliteit verbeteren, ja! Maar op basis van een voornemen met onzekere gevolgen, nu de operatie tot stilstand brengen, dat wilde in Groningen niemand. De minister suste; het was maar tijdelijk ‘on hold’ zetten, totdat we beter zouden weten welke panden in de ‘nieuwe werkelijkheid’ (die nog lang geen werkelijkheid en ook geen zekerheid is) nog onveilig zijn. Aan de Mijnraad de eer dat te bepalen en wel in recordtempo. Op basis van een risicomodel (wat zijn de kansen?) werd een nieuwe verdeling gemaakt. Het aantal panden dat waarschijnlijk onveilig is (de zogenaamde P50, oftewel de ‘1500’) en het aantal panden dat dat misschien is (de zogenaamde P90). Adressen zouden ‘met één druk op de knop’ geleverd worden. Het pakte anders uit: de adressen die uit het systeem rolden bleken onnavolgbaar en niet uit te leggen. Door het draaien aan onzichtbare knoppen worden de vuiltjes weggewerkt.

En ja, daar zijn we weer. Opnieuw zijn alle waarschuwingen, adviezen en zelfs smeekbedes uit de regio genegeerd en opnieuw is er een puinhoop ontstaan die nu ‘realiteit’ heet en waartoe iedereen zich heeft te verhouden. Maar moeten wij nu echt gaan uitleggen dat:
‘uw woning weliswaar in batch twee zit, maar niet bij de P50 hoort, gezien het versterkingsadvies (dat u niet kent) wellicht wel bij de P90, maar dat is de oude norm, dus er komt een nieuwe inspectie met een andere norm, tenzij uw woning een bepaalde typologie heeft, dan gaan we versterken. Of misschien nieuwbouwen maar dat hangt af van de kaders die we nog niet kennen dus misschien komt er een overgangsregime.

En uw buurvrouw? Nee, die zit in de P50 van de derde batch maar daar ligt nog geen versterkingsadvies dus daar wordt eerst de engineering opgestart alleen dan wel op een nieuwe norm dus dat kan even duren. De overkant van de straat gaan we nu wel afmaken maar die mensen vallen nog onder het oude regime dus daar is de waardesprongregeling zeker nog van toepassing maar ze vallen wel buiten de energiemaatregelen want dat budget was op nadat de eerste batch klaar was. Ook niet leuk… ‘

Wij kunnen u één ding verzekeren: dit is niet ons idee van duidelijkheid. Wel duidelijk is dat wat de regiobestuurders nog begin dit jaar als randvoorwaarden voor de versterking stelden (bewegingsruimte, extra middelen en NAM uit systeem) verder weg lijkt dan ooit.

 

Bron: Nieuwsbrief Gasberaad 14 september 2018