Groninger Gasberaad boos over situatie ondernemers

De gevolgen van de gaswinning hebben een grote impact op de ondernemers. Zij vallen tussen wal en schip: veel regelingen voor particulieren zijn voor ondernemers niet toegankelijk of niet passend. Ondernemers geven aan dat ze gebaat zijn bij betere vergoeding van schade, financiële steun, bevordering van werkgelegenheid maar ook simpelweg bij erkenning van hun problemen. Dit was één van de conclusies uit het gisteren gepubliceerd onderzoek Gronings Perspectief.

Niet dat het nieuw is voor ons, we trekken al jaren aan de bel. Maar we krijgen er geen beweging in,” verzucht Susan Top van het Groninger Gasberaad. Hoe dat komt? “Wij vermoeden verschillende oorzaken. Er zijn natuurlijk veel verschillende ondernemers, winkeliers, schildersbedrijven, horecazaken, enzovoort. Die hebben allemaal hun eigen dynamiek en specifieke problemen. Dat laat zich lastiger bundelen, dan bijvoorbeeld bij de agrariërs die allemaal tegen min-of-meer hetzelfde aanlopen. Overigens blijft het ook daar lastig, maar zij hebben tenminste inmiddels een eigen overlegtafel.

Vanuit het Groninger Gasberaad is Herman Rinket speciaal belast met de belangenbehartiging voor ondernemers / middenstanders. “Ondernemers zitten met allerlei specifieke problemen. Tijdelijke huisvesting voor een winkelier is complex, maar ook de financiële administratie, de fiscale gevolgen, investeringsafwegingen, enzovoort. De afgelopen jaren heb ik herhaaldelijk geprobeerd bij instanties als NCG en TCMG daarvoor iets in gang te zetten. Maar het grote verloop binnen die instanties op dit terrein speelt mij parten. Het komt erop neer dat ik regelmatig nieuwe medewerkers weer moet uitleggen wat precies de problemen zijn en waar de oplossingsrichtingen gezocht kunnen worden. Net als we ergens naar toe aan het werken zijn, verandert de situatie of vertrekt de betreffende medewerker. Heel frustrerend.” Rinket is het eigenlijk hartstikke beu dat hij weliswaar regelmatig wordt uitgenodigd om (nieuwe) medewerkers in- of bij te praten, maar er geen daadwerkelijke stappen worden gezet. Is er dan helemaal niks gebeurd? Rinket: “De afgelopen jaren is er eigenlijk alleen een pilot geweest die voor een hele kleine groep ondernemers bereikbaar was, niet veel opleverde, niet is geëvalueerd en onlangs is stopgezet. Zonder voortzetting in een definitieve regeling. We zijn weer terug bij af.”

In de media horen we niet veel ondernemers, er komen weinig verhalen naar buiten over hun schrijnende situaties. Het verhaal van De Lopster Kroon, een tulpenboer uit Loppersum, een sportschoolhouder uit Delfzijl, de kapper uit Hoogezand en de bakker uit Uithuizen zijn bekend. Dat is een handjevol. Volgens Rinket is dat logisch. “Ondernemers hebben daar doorgaans geen tijd voor. Het kost ze al verschrikkelijk veel extra tijd en energie om het proces van schade of versterken te kunnen managen náást het runnen van het bedrijf. Dan zit je niet te wachten op nog meer overleggen, het geven van interviews of te mailen naar Kamerleden bijvoorbeeld. Bovendien, het zit misschien ook niet zo in hun systeem: hulp vragen. Groningers willen het liefst hun eigen boontjes doppen, voor Groningse ondernemers geldt dat helemaal.”

Susan Top: “Het feit dat ondernemers moeilijker collectief zijn te benaderen kan en mag geen reden zijn om ze dan maar te laten verzuipen. Integendeel, juist dan moet alles uit de kast gehaald worden om ze hier doorheen te helpen. Je kunt investeren in leefbaarheid wat je wilt, maar als ondertussen je lokale winkeliers en ondernemers kopje onder gaan heeft dat geen enkele zin. Zij vormen vaak de ruggengraat van dorpsgemeenschappen.

Delen

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email