Hoeveel kennis hebben we nodig om te leren?

Waarom nu een nieuwe NCG benoemen een (heel) slecht idee is…

Op donderdag 8 november organiseerde Building een Kenniscongres Veilig Wonen. De centrale vraag in het slotdebat luidde: ‘Hoe zetten we kennis om in actie?’ Susan Top, secretaris Groninger Gasberaad, schreef onderstaand artikel als input voor het slotdebat.

‘Hoe zetten we kennis om in actie? Mijn primaire antwoord daarop klinkt misschien een beetje flauw, maar ik meen het wel. Hoe zetten we kennis om in actie? Dat is in de eerste plaats door bereid te zijn om te leren.

Er is al heel veel kennis, zoveel dat het soms moeilijk is daar de juiste conclusies uit te trekken. Anderzijds moeten we ook vaststellen dat er nog kennis ontbreekt en misschien moeten we zelfs accepteren dat we nooit alles precies zullen weten. In het gaswinningsdossier hebben we te maken met drie verschillende soorten kennis waar we dagelijks mee te maken hebben:

  • Technische kennis
  • Kennis van de sociaal maatschappelijke impact
  • Kennis van de bestuurlijke, organisatorische inrichting – zeg maar de ‘governance’

Technische kennis

Dit is ongelooflijk belangrijk maar sterk overschat. De druk op de technische kennis is groot. Bestuurders en politici willen eigenlijk dat de ‘deskundigen’ alle problemen oplossen. Maar geen enkele deskundige kan tot op de dag van vandaag bijvoorbeeld met honderd procent zekerheid vaststellen wat de exacte oorzaak van een scheur is. Geen enkele deskundige kan voorspellen hoe de seismiciteit zich ontwikkelt, niet zonder grote onzekerheidsmarge. En als een enkele deskundige wel een stellige uitspraak doet, dan is er altijd nog een andere deskundige die dat weer relativeert. Dat is niet erg, zo werkt wetenschap. En het duurt nu eenmaal lang voordat er een solide en algemeen aanvaarde kennisbasis is. Alle deskundigen moeten daar vooral gestaag aan doorwerken en zich zo min mogelijk laten afleiden door politieke dynamiek. En zich daar al helemaal niet voor laten gebruiken. Er blijft een grijs gebied waar bestuurders een verantwoordelijkheid moeten nemen. Die verantwoordelijkheid kun je niet afwenden op (technisch) wetenschappers en ook niet op juristen. Daar zal je zelf een maatschappelijk aanvaardbaar besluit moeten nemen. Het is niet anders.

Kennis van sociaal maatschappelijke impact

Al jaren krijgen we rapporten over hoe de benadering van de winningsproblematiek wordt ervaren in de dorpen, wijken en buurten. Maar het lukt maar niet om die kennis in te zetten als richtinggevend voor het beleid. Tot nu toe is de ervaring dat we er kennis van nemen. Erbij zuchten en steunen. Begrip tonen. Punt.

Natuurlijk, vorige week werd bekend dat er een bedrag gereserveerd is voor sociale-, mentale- en gezondheidsondersteuning. Geld voor ‘een luisterend oor’. Je zou kunnen zeggen dat dat een direct gevolg is van de onderzoeken van de RuG. Maar is dit ook het antwoord? We plakken hiermee een pleister op de wond, helaas noodzakelijk. Maar de resultaten van het onderzoek geven ook heel veel handvaten en denkrichtingen voor het voorkomen van de problemen en de oplossingsrichtingen waar bewoners zélf iets aan hebben. De oorsprong van veel klachten is het verliezen van de regie op je eigen leven.

Moet dat dan niet ook een van de belangrijkste uitgangspunten zijn bij de aanpak van de problematiek? De kennis ligt er wel, het wordt niet doorgrond of benut. Er wordt niet van geleerd.

Het antwoord op de rapporten Gronings Perspectief ligt veel meer in het beantwoorden van de vraag: hoe zorgen we dat we de regie weer terug kunnen geven aan de bewoners? Dat had de kapstok van het Plan van Aanpak Versterken moeten zijn. In plaats van een rekenmodel waarbij we de kennis (!) niet eens op orde hebben…

Kennis van de bestuurlijke, organisatorische inrichting – zeg maar de ‘governance’

Ik zit straks al bijna vijf jaar fulltime in het gaswinningsdossier. In die kleine vijf jaar heb ik vier nieuwe instanties geboren zien worden: Dialoogtafel, CVW, NCG en TCMG. Geen van allen is tot dusver in staat gebleken om de problemen op te lossen, de Dialoogtafel is opgeheven, de TCMG moet nog echt los komen en de andere twee zijn niet meer dan een schim van wat er van ze verwacht werd.

Voor alle vier geldt dat ze onder stoom en kokend water tot stand moesten komen en dat bij géén van de vier de echte condities die nodig waren om te kunnen slagen werden ingevuld bij de start. Dat zou namelijk te veel tijd kosten. Ik herinner mij dat we na het ondergaan van de Dialoogtafel, verdrietig maar wijzer, erop aandrongen om bij de oprichting van de NCG wél heel goed na te denken over rol, positionering, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Maar, daar was geen tijd voor. Hij kon het wel op zijn gezag en voor de vorm moest het even ondergebracht worden bij het ministerie. Stelde niks voor, laten we nu vooral aan de slag gaan! Nou, we weten hoe dat is afgelopen.

Je zou denken dat we van deze ervaringen geleerd moeten hebben. Niet één keer, maar vier keer hebben we gezien dat overhaast starten met iets nieuws uiteindelijk juist tot forse vertraging leidt. Organisaties die van de grond af opgebouwd moesten worden, na een jaar serieus aan de slag gingen en toen vastliepen omdat ze erachter kwamen dat ze niet de goeie rol, positie, bevoegdheid of budget hadden om te doen wat er van ze verwacht werd.

Het blijkt niet te werken. Maar hebben we ervan geleerd?

Benoeming nieuwe NCG

Op dit moment wordt gezocht naar een nieuwe Nationaal Coördinator Groningen. – u kunt vast nog solliciteren – De taak van de nieuwe NCG zal een totaal andere zijn dan die van de oorspronkelijke NCG. Die coördineerde een breed Meerjarenprogramma van versterken, perspectief tot schade. De nieuwe NCG wordt de uitvoerder van louter de versterking. Maar hoe, wat, in welke rol met welke positie en welke bevoegdheden of budget is -opnieuw, of beter gezegd: nog steeds – volstrekt onduidelijk. Maar opnieuw is snelheid en daadkracht het argument om tóch door te zetten.

Waarom zeggen we nu niet: laten we gebruik maken van de kennis en ervaring uit het (recente) verleden en daar lessen uit trekken. Gooi het eens over een andere boeg, misschien helpt dat. Zorg nu eerst dat de basis op orde is. Vecht nu op voorhand uit hoe we het gaan doen, wie waarover gaat, wie beslist. Pas dan kun je iemand vragen een bepaalde rol in te vullen. De regiobestuurders moeten aan de bak: knok het uit met het Rijk, hier en nu. De benoeming van een nieuwe NCG zonder heldere rolverdeling is voor de zoveelste keer een vlucht vooruit. Het echte probleem omzeilen en vooruitschuiven en voordat we het weten zijn we een vijfde nieuwe organisatie aan het bouwen. Voor mij is nu al duidelijk: als er binnen twee weken een nieuwe NCG wordt gepresenteerd (want ‘laten we nu eerst aan de slag gaan’) dan is dat óf een enorme opportunist, óf iemand die er niets van begrepen heeft. Aan geen van beiden hebben we hier behoefte. Houdbaarheidsdatum: maximaal anderhalf jaar.

Kortom: Hoeveel kennis heb je nodig om te leren?

Delen

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email