Informatieve avond over juridische aspecten rond gaswinning en schade | vragen en antwoorden

Vraag 1.

Casus: Er ligt een rapport van een onafhankelijke bouwkundige/constructeur dat de constructie van een bepaald huis gevaar oplevert voor de bewoners vanwege de gevolgen van de gaswinning, met aanbevelingen hoe dit gevaar te weg te nemen door de constructie te versterken. De constructeur is in een eerder geval door de NAM en de NCG als bekwaam en acceptabel geoormerkt. Net als de door de constructeur geadviseerde rekenmethode voor de berekening van de versterking.

Via de NCG ligt er een aanbod om de constructie van het bedoelde pand aan te pakken op een wijze die ook de NAM accepteert en zal betalen, maar dat is niet een wijze die de onafhankelijke constructeur juist acht. Deze NAM/NCG-methode is dus niet de door de onafhankelijke adviseur als primair/alleen geschikt beoordeelde methode. NAM/NCG wil hierbij bovendien met een eigen constructeur in zee gaan.

Wat is nu de aangewezen vervolgstap?

– De NAM aansprakelijk stellen en starten met versterken op de wijze die de onafhankelijke constructeur juist acht, onder leiding van deze onafhankelijke constructeur en de kosten via de rechter verhalen? Indien ja: hoe te handelen?

– of: met de methode van de NCG/NAM verder gaan, met de constructeur van de NCG/NAM, omdat NAM die methode en die constructeur accepteert, hoewel de pandeigenaar dit niet ziet zitten en de onafhankelijke constructeur die werkwijze afraadt of in elk geval niet de aangewezen methode acht en hoewel de eigenaar van het pand, zoals gezegd, liever de eigen constructeur en diens rekenmethode gebruikt als leidend?

Kortom: hoe staat het met de keuzevrijheid van de eigenaar voor het versterken van de eigen woning?

Hoogleraar Oldenhuis: De NAM is in deze kwestie aansprakelijk. Deze aansprakelijkheid houdt ook in dat deze partij redelijkerwijs en primair mag kiezen hoe de afhandeling dient plaats te vinden. De NAM en de Nationaal Coördinator Groningen staan hier dus in hun recht. Als u echt met een andere partij in zee wil gaan dan de NAM, kunt u wel met ze onderhandelen over het surplus: de extra kosten van uw eigen keuze dient u zelf te betalen. Een rechtsbijstandsverzekering kan dan uitkomst bieden.

Als u er onderling echt niet uitkomt – u houdt het op het rapport van uw onafhankelijke constructeur en de NAM houdt het op hun eigen rapport – dan kunt u altijd overwegen naar een arbiter te stappen. Zij hebben weliswaar formeel geen bevoegdheden, maar nemen vaak wel hun verantwoordelijkheid.

Hoogleraren Brouwer en Oldenhuis benadrukken beide nog dat ze de verwarring en verontwaardiging omtrent deze regels snappen: “Er is inderdaad geen evenwichtigheid tussen de partijen, maar daar zullen we voor nu even mee moeten dealen”, stellen ze.

 

Vraag 2.

Waarom wordt – ook door de NCG – achterstallig onderhoud steeds bij de beoordeling van schade betrokken terwijl juridisch en volgens de doctrine schade het verschil is tussen het moment voor en na het schadeveroorzakend feit, los van de staat van het gebouw?

Dit is een ingewikkelde kwestie. Hoogleraar Brouwer stelt dat het belangrijk is hier twee verschillende fases te onderscheiden: de vestigingsfase en de omvangsschade. Hoogleraar Oldenhuis probeert het als volgt uit te leggen:

Als de fundering voordat er aardbevingen hebben plaatsgevonden al zwak was (de vestigingsfase), doet dat niets af aan het feit dat het huis schade heeft geleden door de aardbevingen. Het causale verband bestaat alsnog en de schuld ligt bij de NAM, die een zekere mate van onrechtmatigheid valt te verwijten. In de omvangsschade, die in beeld komt nadat er een aardbeving heeft plaatsgevonden, kan hier wel rekening mee worden gehouden. Er kan dan bijvoorbeeld minder geld beschikbaar worden gesteld voor renovatie, omdat niet alleen de aardbevingen, maar ook de zwakke fundering voor extra schade hebben gezorgd, die niet per se door toedoen van de aardbevingen ontstaan is.

 

Vraag 3.

Stel dat ik iemand in mijn woning uitnodig en deze persoon lijdt schade door een aardbeving, wie is dan aansprakelijk voor die schade?

De NAM als veroorzaker, of ikzelf, omdat ik de persoon heb uitgenodigd wetende dat ik zijn of haar veiligheid daarmee in gevaar bracht?

Stel: er komt iemand bij u thuis en die krijgt een loszittende dakpan op het hoofd. De bezitter van het huis is op dat moment aansprakelijk voor schade die geleden wordt door anderen, stelt hoogleraar Oldenhuis. Dat bent u zelf dus. Zorg dus dat u een goede aansprakelijkheidsverzekering hebt. De afhandeling loopt altijd via de WA-verzekering. De verzekeringsmaatschappijen zullen op hun beurt weer claims indienen bij de NAM en nu misschien ook wel bij het EBN.

Er is echter één uitzondering. Als er op het moment dat u gasten in huis hebt een aardbeving plaatsvindt en uw gasten lopen daardoor schade op, dan is het zeer waarschijnlijk dat de Hoge Raad u uiteindelijk niet de schuld in de schoenen zal schuiven, maar de NAM. Er is dan echt sprake van overmacht.

 

Vraag 4.

NAM is aansprakelijk voor schade als gevolg van hun mijnbouwactiviteiten. Is de NAM ook aansprakelijk voor de schadeafhandeling? (NAM zegt steeds: wie betaalt bepaalt en daarom kan schadeafhandeling niet onafhankelijk van NAM plaatsvinden).

In deze kwestie lopen privaat- en bestuursrecht door elkaar heen, stelt hoogleraar De Graaf. Dat maakt het bijzonder complex, zoals ook al hoogleraar Bröring in zijn presentatie eerder op de avond liet zien. Feit is inderdaad dat wij als burgers graag zouden zien dat de schadeafhandeling onafhankelijker wordt, maar het is ook te begrijpen dat de NAM als betaler graag invloed wil houden. Juridisch staan ze daarin ook in hun recht.

De Graaf zou willen pleiten voor een fonds waarin geld voor schadeafhandeling beschikbaar wordt gesteld, zodat de onafhankelijkheid beter gewaarborgd kan worden. Een commissie van Wijze Mannen zou wellicht ook uitkomst kunnen bieden. Voordeel daarvan is dat er dan als het ware een adempauze wordt gecreëerd, waarin alle partijen de rust vinden om te kijken wat er nu speelt en er onafhankelijke adviezen uitgebracht kunnen worden.

 

Vraag 5.

Is het College van de Rechten van de Mens op de hoogte van de situatie in Groningen. Zo ja, wat vinden zij ervan en welke stappen zijn al of worden nog genomen?

Hoogleraar Bröring verzekert het publiek dat het College goed op de hoogte is van de situatie hier. Leden van het College zijn afgelopen zomer nog op bezoek geweest in Groningen. Ze weten echter ook wel dat hun mogelijkheden erg beperkt zijn. Artikel 8 (Recht op eerbiediging van privéleven) en artikel 13 (Recht op rechtsmiddel) EVRM bijvoorbeeld, waar nu vaak aan gerefereerd wordt, worden niet zomaar geschonden. Bovendien richt het College zich op overheden en dus niet op organisaties als de NAM. Het is echter wel zo dat ook bedrijven zich internationaal aan allerlei regels moeten houden, zoals het dienen van het maatschappelijk belang, et cetera. Dat zijn echter geen harde, dwingende regels.

Een interessante ontwikkeling kan wel zijn dat het EBN nu ook verantwoordelijk wordt gesteld. Dat is een overheidsinstantie en voor haar gelden fundamentele regel wel rechtstreeks, aldus hoogleraar Bröring.

 

Vraag 6.

Het CVW hanteert als voorwaarde voor het uitvoeren van een inspectie (in het kader van het versterkingsprogramma, schoorstenen bijv.) dat de eigenaar de NAM/CVW privacy-verklaring ondertekent. Weigert de eigenaar, dan volgt er geen inspectie. Is dit juridisch houdbaar?

U mag wel weigeren, maar een rechter beslist uiteindelijk of er dan wel of geen inspectie plaatsvindt, aldus hoogleraar Oldenhuis. In die zin is het dus inderdaad juridisch houdbaar. Hoogleraar Bröring voegt toe: geen ondertekening zou strikt genomen geen invloed moeten hebben op schadeafhandeling, maar het is duidelijk dat de NAM dit als een machtsmiddel inzet, omdat dat juridisch mogelijk is.

 

Vraag 7.

Welke beroep/bezwaarmogelijkheden zijn er op dit moment in het gaswinningsdossier? In het bijzonder tegen het instemmingsbesluit van de minister nu deze door de Tweede Kamer is.

Kan er een voorbeeld beschikbaar worden gesteld? Is dat het het enige dat de regio nu nog rest en kan het effect hebben als er massaal gebruik van wordt gemaakt?

Tegen het instemmingsbesluit kan beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State worden ingesteld. In de presentatie van hoogleraar Bröring kwam dat al aan de orde. Beroepschriften tegen het vorige instemmingsbesluit kunnen als voorbeeld dienen. Een inhoudelijk nieuwe beroepsgrond kan zijn dat de realisatie van de versterkingsopgave enorm achterblijft. Dit zet druk op de omvang van de gaswinning, ook in het licht van artikel 8 EVRM. Het is ook een argument tegen de duur van vijf jaar van het nieuwe besluit.

Als het gaat om beslissingen in het kader van het opkoopprogramma of om beslissingen vanuit de Commissie bijzondere situaties, dan moet men naar de civiele rechter. Bestuursrechtelijke bezwaarschriften tegen dergelijke beslissingen worden niet-ontvankelijk verklaard, dwz niet inhoudelijk behandeld. Want de beslissingen gaan over privaatrecht, en het gaat slechts om adviezen, zo wordt geredeneerd.

 

Vraag 8.

Alle huiseigenaren betalen OZB. Waar betalen we dat eigenlijk voor? Zijn we dat verplicht? En wat mogen we van de gemeente terug verwachten van deze belasting?

OZB betalen is een wettelijke verplichting die los staat van de aardbevingsproblematiek. OZB-belastingplichtigen moeten dus gewoon betalen. Wel zal het doorgaans zo zijn dat de aardbevingsproblematiek de waarde van huizen en andere gebouwen drukt, en dat om die reden de OZB-aanslag lager dan anders zou zijn. Je mag verwachten dat de gemeente haar financiële middelen verstandig gebruikt. Maar dat spreekt voor zich en staat op zich zelf. Er is ook wat betreft de besteding van de belastingmiddelen geen relatie met de aardbevingsproblematiek. Natuurlijk kan het verstandig zijn om geld van de gemeente te besteden aan knelpunten die het gevolg van deze problematiek zijn (denk bv aan het aankopen en bewaren van karakteristieke panden). Maar dat is een politieke keuze en geen wettelijke verplichting.

 

Vraag 9.

Gedupeerden die na zeer moeizaam overleg tot een akkoord met de NAM komen over vergoeding schade, krijgen door de NAM een zwijgplicht opgelegd, maken daar althans afspraken over.

In hoeverre kan de NAM zo’n contract met daaraan gekoppeld een zwijgplicht eisen? Is dit toelaatbaar of laakbaar? Moeten we gedupeerden die in zo’n situatie  terecht komen stimuleren een contract met daarin een dergelijke bepaling niet te ondertekenen?

Hoe zit dit juridisch in elkaar?

Juridisch mag de NAM vragen om te zwijgen. Alleen: de NAM zou dat niet moeten willen. In het algemeen is transparantie voor vertrouwen nu eenmaal beter dan zwijgen. Voor zover de overheid over de schadeafhandeling gaat, is voor zwijgen in beginsel geen plaats.

 

Vraag 10.

Eerder heeft de heer Oldenhuis eens opgemerkt: “zoals een vriend dat zei, wij hebben bij Schiphol onze geluidsoverlast en jullie hebben het gasprobleem. Maar zo is het niet.” Wat zijn de verschillen?

De problematiek in Groningen is veel ingewikkelder. Bij Schiphol kunnen bv op basis van geluidsmetingen de nadelen en maatregelen worden bepaald. In Groningen ligt het technisch veel ingewikkelder, bv qua bodemgesteldheid. Er is bij de aardbevingsproblematiek gewoon veel meer onbekend. In het algemeen, en wat betreft de individuele schadebepaling en -afhandeling. Ook bestuurlijk ligt het in Groningen allemaal veel ingewikkelder.

 

Vraag 11.

Wat is de status van de arbiter en wanneer is het wijsheid om deze over te slaan en rechtstreeks naar de rechtbank te gaan?

Kan een uitspraak van de arbiter in je nadeel werken bij de rechtbank? Wanneer is welk proces verstandig?

En, neemt een arbiter ook de schades mee die in de loop van de tijd zijn ontstaan terwijl je in de clinch ligt met de NAM/CVW?

De arbiter is geen echte arbiter, maar een soort adviseur. De NAM heeft verklaard zich in beginsel gebonden te achten aan de oordelen va de arbiter. Bewoners staat het vrij na een oordeel van de arbiter door te gaan naar de rechtbank.

De rechter kijkt op basis van onder meer de processtukken naar de zaak. Hij is op geen enkele manier gebonden aan een uitspraak van de arbiter. Dit sluit niet uit dat bepaalde onderdelen in de voorafgaande procedure feitelijk wel kunnen doorwerken in de procedure bij de rechter.

De eerste indruk van de hoogleraren is dat de arbiters goed werk afleveren. Omdat de NAM de kosten van de procedure bij de arbiter voor zijn rekening neemt, biedt de arbiter voor bewoners een goedkope en overigens ook vlotte voorziening. Het kan dus verstandig zijn om eerst naar de arbiter gaan. Als gezegd, houdt men daarna de handen vrij om alsnog naar de rechter te stappen.

Een procedure bij de arbiter kan over meerdere schades gaan, maar dit hangt af van de omstandigheden van het geval.

 

Vraag 12.

De aardbevingen in ons gebied hebben ervoor gezorgd dat de waardedaling van ons bezit/onroerend goed flink in waarde is gedaald. Door de aardbevingen is het gebied besmet en minder aantrekkelijk geworden om zich er te vestigen. Huidige bezitters die van hun onroerend goed af willen moeten flink in prijs zakken anders raken ze het aan de straatstenen niet kwijt.

Diverse instanties (WAG/corporaties/individuele huizenbezitters) zijn bezig daarvoor juridisch de NAM aansprakelijk te krijgen, hetgeen bij de rechtbank in Assen al succes heeft opgeleverd. Echter, de NAM is in hoger beroep gaan en daarna is nog een ronde bij de Hoge Raad mogelijk, zodat het allemaal nog vele jaren kan duren.

In hoeverre kunnen de bewoners/eigenaren (gezamenlijk) van onroerend goed op basis van hun huidige waardedaling op voorhand, zonder de totale procedure af te wachten, al een beslaglegging doen op de bezittingen van de NAM op basis van de totale geëiste claim?

Dit is een ingewikkelde kwestie, die bovendien niet zonder financiële risico’s is, gezien ook het hoger beroep en evt het cassatieberoep. Bovendien heb je aan alleen beslag niet zoveel. Beslag wordt vooral gelegd om te voorkomen dat er later niets meer te halen valt. Beslag is er in het algemeen niet om een voorschot te krijgen. Kortom, beslag leggen ligt niet meteen voor de hand. Daarbij is ook van belang dat de exacte schade nog moet worden bepaald.

De laatste vraag is typisch een vraag waarover men zich goed door een advocaat (oa van WAG) moet laten voorlichten, omdat er veel kanten en onzekerheden aan zitten.

 

Vraag 13.

Er worden veel beloften gedaan over de aanpak van het aardbevingsveiliger maken van woningen en gebouwen in het gebied.

Tot op heden komt er weinig van deze beloften terecht.

Hoe kunnen wij als bewoners juridisch de instanties/personen aansprakelijk stellen van het niet nakomen van de door hun gedane beloften/uitspraken?

Het veiliger maken van woningen (versterken) is een wettelijke verplichting van de NAM. Over de rechtsbeschermingsmogelijkheden van bewoners bestaat veel onduidelijkheid. Omdat er geen besluiten van bestuursorganen zijn, zal moeten worden gedacht aan onrechtmatige daad-procedures bij de rechtbank (civiele rechter). Oplossingen zullen vooral moeten komen via een grootschalige bestuurlijke aanpak. Die aanpak zit er ook aan te komen, zo is ten minste in de krant te lezen. Op een volgende bijeenkomst zullen de juridische kanten van het veiliger maken van woningen nader worden belicht (eerst is nadere studie nodig!).

Delen

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email