Rapportage eerste kwartaal NCG: de vragen daarover van het Gasberaad

Afgelopen week presenteerde de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) zijn eerste kwartaalrapportage. Het geeft een overzicht van alle activiteiten die in onze regio plaatsvinden in het kader van het bedwingen van de gevolgen van de gaswinning. En dat is niet niks, overzicht krijgen – laat staan houden is nog een hele kunst! In de rapportage komen alleen al veertien verschillende stuurgroepen, twee bestuurlijke overleggen en twee begeleidingscommissies aan de orde. De term ‘stuurgroep’ moet hier overigens gerelativeerd worden, in de meeste gevallen gaat het in de praktijk om adviesorganen. Allemaal direct gelieerd aan de NCG. Daar, maar ook alleen daar, komt alles samen. En nu dus in de kwartaalrapportage.

De rapportage is door minister Kamp dezelfde dag aan de Tweede Kamer gestuurd. Ook wij kregen de rapportage die dag, ter informatie en voor de agenda voor de maatschappelijke stuurgroep van 23 mei aanstaande. Wij hebben hem met belangstelling gelezen.

Cijfermatig inzicht?
Volgens de inleiding geeft de rapportage “u allereerst een cijfermatig inzicht”. Dat blijkt tegen te vallen. De tabellen over schadeafhandeling zijn onduidelijk, definities en uitleg ontbreken, cijfermatig zijn ze niet te volgen. Wij vinden het een gemiste kans dat er niet op een transparante, éénduidige wijze gerapporteerd kan worden over de aantallen. Op deze manier blijft er alle ruimte voor iedereen om naar eigen inzicht te interpreteren en te speculeren over hoe de zaak ervoor staat en wat er nou eigenlijk aan de hand is. Dat geeft geen rust en vertrouwen.

Optisch draagvlak en groeiende frustratie
De zorg die met name bij de leden van de maatschappelijke stuurgroep (Bodembeweging en Gasberaad) leeft is ge- pf misbruikt te worden als legitimatie van beleid waar ze niet werkelijk achter staan. “Het is immers besproken met de bewoners en maatschappelijke organisaties in de regio.” Deze zorg, voor een deel weerspiegeld in de kwartaalrapportage, is dat met die input of kritiek vervolgens niets gedaan wordt, en dat dat feit gemakshalve wordt weg gelaten. Een dergelijke aanpak levert enerzijds naar buiten toe een beeld van (optisch) draagvlak op, maar het veroorzaakt anderzijds naar binnen toe een groeiende frustratie. En het draagt zeker niet bij aan herstel van vertrouwen.

Een kwartaalrapportage als dit zou aan waarde winnen wanneer de bedenkingen van de maatschappelijke organisaties ook zouden worden opgenomen. De onjuiste tekst zoals over de waardevermeerdering voedt juist die zorg. De suggestie dat de maatschappelijke stuurgroep actief heeft meegewerkt aan een alternatief voor de waardevermeerderingsregeling is niet de waarheid.Zowel Gasberaad als Bodembeweging hebben altijd onverkort vast gehouden aan het standpunt dat de waardevermeerderingsregeling zoals die was in de kern overeind gehouden moest worden. En dat in de tekst over Stut-en-Steun gesproken wordt over een vanzelfsprekende ‘samenwerkingsrelatie’ met NCG, NAM en CVW is het dieptepunt, dat is pertinent niet waar.

Het is de eerste kwartaalrapportage, er zullen nog velen volgen. We willen graag met onze vragen en opmerkingen bijdragen aan een doorontwikkeling van deze rapportages en graag van te voren meelezen. Want deze rapportages zijn wel degelijk waardevol. Al was het maar om, zoals gezegd, een samenhangend totaal beeld te krijgen van de voortgang en alle inspanningen die er over de hele linie worden gepleegd.

Wij kunnen u dan ook aanraden de rapportage te lezen. U kunt hieronder alle vragen die wij erover hebben gesteld lezen. Mocht u zelf nog andere vragen hebben, die kunt u via ons stellen (welkom@gasberaad.nl) maar u kunt ze natuurlijk ook rechtstreeks aan de NCG stellen (info@ncg.nl).In beide gevallen kunnen we antwoorden niet garanderen –smiley-.

Vragen Gasberaad naar aanleiding van Rapportage NCG eerste kwartaal 2016

Schadeherstel

Vragen naar aanleiding van tabel 1 en 2 aangaande reguliere schademeldingen
1. Vraag: Waarom is datum oprichting CVW nu peildatum?
2. NAM Platform, Feiten&Cijfers: Totaal aantal meldingen sinds 2012: 67.117. Waarvan aanbod geaccepteerd 50.254. Dan staan er nog open (en/of zijn niet ontvankelijk?): 16.863.
3. Aantal ontvangen meldingen sinds 1/1/15: 45.016 (rapportage CVW, MSG 18 april’16), aantal in behandeling 41.712. Vraag: zijn de 3.304 níet in behandeling genomen meldingen buiten de contour?
4. Volgens NAM Platform in periode 2015/2016 37.028 aantal meldingen binnen gekomen. Onduidelijk of dat inclusief de niet ontvankelijke meldingen is. In ieder geval minder dan de 41.712 totaal aantal meldingen die in die periode in behandeling zijn genomen. Vraag: Betekent dat dat tenminste 4.684 in die periode van NAM naar CVW zijn overgegaan?
5. Uit berichtgeving naar aanleiding van de kwartaalrapportage is gemeld dat NAM nog drie resterende complexe meldingen in behandeling heeft. Heeft NAM nog andere, niet complexe meldingen in behandeling?
6. In het overzicht staat der totaal 41.712 aantal meldingen in behandeling zijn genomen. Daarvan zijn er 23.907 tot een akkoord gekomen. Vraag 1: Dat betekent toch dat er in 17.805 aantal gevallen (nog) geen akkoord is bereikt? Hoe kan het dan dat er nog 21.004 meldingen ‘open staan’? Vraag 2: hoe het kan het dat volgens NAM Platform Feiten&Cijfers in diezelfde periode 34.926 zijn aanboden zijn geaccepteerd?
7. In 17.805 gevallen is (nog) geen akkoord bereikt met de melder. Daarvan moeten nog 4.266 schade expert ingepland krijgen, ongeveer 1.000 zijn in afwachting van rapport, dus 5.266 in procedure. En 4.956 hebben rapport maar zijn naar contra expertise gegaan. Vraag: Dat maakt dan toch: 17.805 – 5.266 – 4.956 = 7.583 aantal meldingen met eindrapport maar geen akkoord/reactie?
8. Op basis van van CVW rapportage blijkt dat vanaf juli 2015 t/m mrt. 2016 zo’n 9.000 C-schaderapporten zijn verzonden. Vraag: kan het zijn dat het overgrote deel wat niet reageert cq akkoord gaat met het rapport, C-schade rapporten betreft?

Vragen naar aanleiding van tabel 3 en 4: aantallen aangaande versterkingen
9. Vraag: Waarom is deze tabel opgenomen in de paragraaf Schade herstel?
10. Vraag: Waarom is hier niet gerapporteerd conform de met de minister afgesproken definities? (zie brief dd 12/8/2015, kenmerk NCG / 15099891)
11. Vraag: Waarom is opgenomen versterkt ‘niet op norm’ “omdat de NPR destijds nog niet beschikbaar was”? Waarom was dat in het 1e kwartaal 2016 voor 24 versterkingen nog het geval (norm niet beschikbaar), en voor 54 kennelijk niet?
12. In totaal zijn er 96 versterkingen op norm uitgevoerd. Vraag: Gaat dat om woningen? Scholen? Anderszins? En zijn dit dan de 100 die volgens de NAM niet aan de norm voldeden? Vraag: Is hiermee, volgens de inzichten van de NAM, de versterkingsopgave nu eigenlijk klaar?

Vragen naar aanleiding van tabel 5: aantallen aangaande complexe schades
13. Totaal aantal meldingen, dit suggereert dat er complexe gevallen aangemeld kunnen worden. Vraag: kan een schademelder zijn schade als complexe schade aanmelden?
14. Vraag: Zijn de betreffende schademelders ervan op de hoogte dat hun schade het etiket ‘complex’ heeft?
15. Vraag: Wat is de hier gehanteerde definitie van ‘Complexe schade’?
16. Vraag: Wat wordt bedoeld met ‘afgehandeld via proces vlot getrokken’ (21)? Zijn die zaken nu tot een akkoord gekomen?
17. Vraag: Afhandeling door doorverwijzing? Daarmee zijn ze toch nog niet opgelost?
18. Vraag: Bij hoeveel zaken is een waterschap betrokken (geweest)?
19. Vraag: In hoeveel van deze gevallen is er al een contra-expertise uitgevoerd?
20. Vraag: Waarom wordt –met dit kleine aantal- ineens ook gewerkt met percentages?
21. Vraag: Zijn de complexe gevallen, exclusief de drie die nog bij NAM liggen?

Vragen naar aanleiding van tabel 6: aantallen aangaande Commissie Bijzondere Situaties
22. Vraag: wat is nu de stand op dit moment? Met deze aantallen toch mogelijk om aan te geven. Tot 09-05-2016, totaal aantal meldingen? Totaal aantal woningen opgekocht? Totaal afgehandeld? Totaal budget uitgegeven? Totaal openstaand?

Gebiedsgericht werken en versterken
23. Vraag: Hoeveel woningen worden, per gebied, nog dit jaar geïnspecteerd én doorgerekend? Dus van hoeveel woningen per gebied ligt er voor het eind van het jaar een inspectie én engineeringsrapport?
24. Vraag: Wat concludeert de NCG op basis van rapportage van Vereniging van Nederlandse Constructeurs. Kan hij inderdaad voldoende nederlandse constructeurs op korte termijn beschikbaar krijgen?
25. Vraag: Wat is de stand van zaken van het traject “Heft in Eigen Hand?”

Instrumentarium
26. Pilot Koopinstrument. Inhoudelijk hebben we gevonden wat we ervan hebben gevonden. De pilot is doorgezet zoals oorspronkelijk voorgesteld, behalve dat er nu bij overtekening voor 75% loting plaats vindt. Hoe dit in zijn werk moet gaan is onduidelijk en nauwelijks voor te stellen. Stel er komen 100 aanmeldingen, 60 onder de 200.000 en 40 boven de 200.000 (taxatiewaarde? Marktwaarde?). Voor de 60 woningen is 6,5 mln. beschikbaar en voor de 40 woningen 4,5 mln? Wordt er dan getaxeerd en waarde bepaalt vóórdat loting plaatsvindt? 75% loting van de 100 aanmeldingen? Of binnen de twee categorien? Hoe wordt de 25% ‘discretionaire’ bevoegdheid eruit gehaald? Kortom, vraag: hoe kan met deze uitgangspunten tot een transparante, navolgbare en gerechtvaardige selectie procedure gekomen worden?
Vraag: Wie wordt de nieuwe eigenaar van de 50 opgekochte woningen?

27. Vastgoedgerichte koop peildatum. Vraag: Waarom kan pas gestart worden met de uitwerking van de kaders na de afronding van de eerste ronde van het inspectieprogramma in de zomer van 2016?

28. Instrumenten ten behoeve van nieuwbouw. Vraag: Waarom is het bedrag voor het Forum hier uit de cijfers gebleven? Vraag: Waar komen de 28 projecten vandaan (stad of regio?) en hoe verhouden die zich tot het budget?

29. Instrumentarium achterstallig onderhoud. In de zomer begint een pilot. Vraag: Hoe begint deze pilot? Worden daar de 44 complexe gevallen die bij de NCG in procedure zijn voor ‘gebruikt’?

30. Instrument voor verduurzaming (voorheen waardevermeerdering). In de rapportage staat: “Met de stuurgroepen is besproken om de regeling aan te passen en daar waar mogelijk in combinatie met versterken en niet alleen gekoppeld aan schade.” Hier wordt gesuggereerd dat de stuurgroepen akkoord zijn met een andere inzet van deze regeling. Dat is, althans voor de maatschappelijke stuurgroep, niet het geval. Daar is expliciet aangedrongen op het handhaven van de regeling zoals die bestond en additioneel verduurzaming aan versterking te koppelen. Dat is toch iets anders dan hier wordt gesuggereerd. Dit is precies waar we bang voor waren: we worden gebruikt voor het legitimeren van iets waar we het niet mee eens zijn. Vraag: kan dit anders geformuleerd worden?

31. Geschillenregeling. “Ook complexe schadegevallen komen in aanmerking voor de Arbiter als de schadeprocedure inclusief contra-expertise is doorlopen.” Dit klinkt bijna alsof aanvankelijk de arbiters er alleen voor de eenvoudige zaken zouden zijn. Vraag: Wordt hier bedoeld: “Ook de huidige, bestaande, complexe schadegevallen komen in aanmerking voor de Arbiter (..)”.

32. Geschillenregeling. In het Meerjarenprogramma wordt nog gesproken over het beschikbaarstellen van een poule ‘vertrouwenspersonen’ (geen juridische bijstand) voor eigenaren die een arbitersprocedure in gaan. Vraag: is iets dergelijks nog steeds de bedoeling? Komt er ook een vergoeding voor de door de eigenaar te maken onkosten in zo’n procedure?

33. Vergunningen. De uitloop van de planning heeft geen financiële consequenties. Vraag: Heeft de uitloop ook geen consequenties voor de snelheid van de uitvoering van het versterkingsprogramma?

34. Stut-en-Steun, onafhankelijke hulp bij mijnbouwschade. De NCG draagt niet financieel bij maar financiert het steunpunt volledig. Wat met “praktisch gefaciliteerd” wordt bedoeld is ons niet duidelijk. Het is storend dat hier de suggestie wordt gewekt alsof het initiatief van dit steunpunt in het MJP ligt. Het is ook storend dat bij de uitleg over de werkzaamheden niet consequent ‘mijnbouwschade’ wordt genoemd. Maar ronduit stuitend is de zin: “Het steunpunt heeft dus een samenwerkingsrelatie met de NCG, de NAM en het CVW.” Deze zin ondermijnt volledig de bedoeling en intentie van dit onafhankelijke steunpunt. Er zal ongetwijfeld – en hopelijk constructief – contact zijn tussen Stut-en-Steun en deze partijen. Zoals er ook contact is tussen de schademelder en NAM/CVW of NCG. Maar dat noemen we toch ook geen samenwerkingsrelatie?!? Stut-en-Steun heeft geen formele positie, en dus ook geen enkele positie in een samewerking met NAM/CVW of NCG. Als er bij Stut-en-Steun als sprake is van samenwerking, dan is dat de samenwerking met de schademelder! Vraag: kan deze tekst gerectificeerd worden?

35. Schade – Arbiter Aardbevingsschade. “Op advies van beide stuurgroepen is de capaciteit van de Arbiters uitgebreid van twee naar vijf rechters. Tevens wordt momenteel, op advies van de stuurgroepen, gekeken naar mogelijkheden om ook complexe schadegevallen van vóór 1 januari 2016 voor te leggen aan de arbiter.” Dit is de omgekeerde wereld. Het advies van de MSG was primair: zorg dat de regeling voor juist alle lang lopende gevallen (complex of niet) wordt opengesteld. Dat kon niet omdat daarvoor de capaciteit van twee oud-rechters te laag was. Nu is die capaciteit royaal uitgebreid maar voorlopig nog steeds níet voor de langst lopende gevallen… Vraag: Waarvoor is de capaciteit nu uitgebreid en wat gaan deze vijf rechters de komende maanden in vredesnaam doen?!?

36. Onderwijs. Van de 101 bestaande schoolgebouwen worden 60 schoolgebouwen aan de onderwijsfunctie onttrokken en 41 schoolgebouwen bouwkundig versterkt. Vraag: hoeveel van de 60 schoolgebouwen die ophouden schoolgebouw te zijn, voldoen niet aan de huidige veiligheidsnormen? Vraag: zijn alle betrokkenen (ouders, omwonenden) van deze schoolgebouwen geinformeerd over de toekomst van de betreffende schoolgebouwen?

37. Zorg. Samen met Provincie Groningen en Menzis bereidt NCG een “werkconferentie Zorg” in de aardbevingsregio voor. Vraag: is het mogelijk ook leden van de MSG en/of de stuurgroep Leefbaarheid voor deze conferentie uit te nodigen?

38. Energietransitie. Er wordt een menukaart voorbereid met ‘waardevermeerderingsopties’ voor bewoners. De doelstelling is dat deze menukaart na de zomer wordt opgeleverd. Vraag: wordt hier bedoeld dat, vooruitlopend op de uitkomst Voorjaarsnota over handhaving huidige waardevermeerderingsregeling, gewerkt wordt aan het alternatief voor die regeling? Vraag: ligt het ook voor de hand om naast diverse overheidsorganisaties en NAM ook maatschappelijke organisaties aan de voorkant te betrekken bij Energietransitie?

39. Economie. “Er is een verkenning gestart om tot een instelling van een bedrijvenloket te komen”. Vraag: welke rol moet dit loket gaan spelen zolang er geen regelingen opengesteld zijn voor MK-bedrijven? Vraag: zou het ontwikkelen en inrichting van een bedrijvenloket ook een vergelijkbaar traject kunnen volgen als het burgerloket, uitmondend in Stut-en-Steun. Dus met een werkgroep vanuit de MSG en een kwartiermaker?

40. Leefbaarheid. “De NCG wil zo snel mogelijk een knoop doorhakken en duidelijkheid bieden over de verdeling van rollen, verantwoordelijkheden en inhoud.” Vraag: Waar zitten op dit moment de onduidelijkheden?

41. Cultureel Erfgoed. “In het eerste kwartaal is een bijeenkomst georganiseerd door de NCG met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, het ministerie van OCW en de relevante overheden (gemeenten en provincie) om tot een goede afstemming te komen over de inzet van instrumenten, de benodigde acties, de rolverdeling en de financiering.” Vraag: Wat is de uitkomst van deze bijeenkomst? Zijn er conclusies getrokken, afspraken gemaakt? En hoe luiden die? Is er een openbaar verslag van deze bijeenkomst?

Onderzoeken
42. Validatie Arcadis onderzoek. Tegen de zomer zijn de resultaten van de eerste fase van het (bureau)onderzoek bekend. Vraag: Uit hoeveel fases bestaat het vervolg? Vraag: wanneer gaat dit onderzoek nou werkelijk leiden tot concrete acties?
Ruim een jaar geleden heeft NAM in een persbericht verkondigd de contourlijnen los te laten en heeft CVW alle schademelders buiten de contour per brief laten weten dat er een schade expert langs gaat komen. Tot op heden is dat niet gebeurd en voorlopig is dat perspectief er ook nog niet. Dit lang durende validatie onderzoek is het alibi. En daarvoor is de NCG verantwoordelijk. Vraag: start de NCG niet per direct een eigen onderzoek naar de oorzaken van de schade ‘buiten de contour’? Waarom wordt gewacht op resultaten van de eerste fase validatie? En hoezo wordt het onderzoek ‘onderdeel van de validatie’ in geval de methodologie van Arcadis geen stand houdt? Dat kan de validatie toch gewoon afgesloten worden?

43. CBS Woningmarktonderzoek. “De NCG begeleidt dit onderzoek”. Vraag: waarom is uitgerekend hier níet gekozen voor een bredere begeleidingscommissie uit de regio?

44. NPR gebouwen. Vraag: Welke stap moet hierin gemaakt worden?

45. Meetinstrumenten. Vraag: Is de aanpak voor een onderzoek naar een onafhankelijk meetsysteem openbaar? Waar kunnen we die vinden?

46. Kennisplatform ondergrond en bovengrond. Onze indruk is dat voor Groningen met name de relatie tussen onder- en bovengrond relevant is. Wat zijn de effecten van ondergrondontwikkelingen op de gebouwen e.d. bovengronds. Vraag: waarom wordt deze relatie niet nadrukkelijker gelegd? Er wordt gesproken over ‘afstemming en afbakening’, is daarmee de onderlinge relatie voldoende geborgd?

Delen

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email