Vragen en antwoorden | bijeenkomst juridische aspecten gaswinning | 1 mei Blauwe Schuit Winsum | beantwoording vragen door Hoogleraar Herman Bröring

In de assurantieopleiding leerden we de oude situatie art.1403 BW ” wie is voor wie aansprakelijk”. Nu de rechter heeft bepaald dat de Staat niet aansprakelijk kan worden gesteld voor hetgeen de NAM “presteert” vraag ik me af hoe dit kan worden gesteld. Iedere aannemer, opdrachtgever enz. heeft de taak de uitgevoerde werkzaamheden te controleren, waarom de Staat met de NAM dan niet. Bovendien heeft o.a. de SodM de Staat regelmatig geadviseerd en gewaarschuwd. Reden genoeg toch om de Staat juist wel verantwoordelijk te houden volgens boek 6BW. Zeker wanneer je ziet dat aan de 5 voorwaarden van een onrechtmatige daad wordt voldaan!
Antwoord: Aansprakelijk is in elk geval NAM aansprakelijk Volgens de rechtbank voorts EBN. Of ook de Staat aansprakelijk is, hangt af van de vraag welk handelen van de Staat wordt bedoeld. De instemmingsbesluiten zijn rechtmatig, dus op die grond geen aansprakelijkheid. Wel is verdedigbaar dat de Staat onrechtmatig toezicht heeft uitgeoefend en eerder had moeten bijsturen; dit gezien adviezen van m.n. de Onderzoeksraad voor Veiligheid en SodM. Het staat m.a.w. niet vast dat de Staat helemaal niet aansprakelijk is.

Er heeft wijziging van de Mijnbouwwet plaatsgevonden. Wat betreft het punt van “risico op schade vermijden” is er nu sprake van de formulering “(ernstige) schade vermijden” als ik het goed begrepen heb. Is dit een “license to damage” voor de NAM of is het nog steeds zo dat ze risico op schade zoveel mogelijk dient te vermijden op grond van andere wetsartikelen?
Antwoord:Wet van 21 december 2016, Stb 2016, 554
Artikel 36
1. Onze Minister kan zijn instemming met het opgestelde winningsplan slechts geheel of gedeeltelijk weigeren:
2.
indien het in het winningsplan aangeduide gebied door Onze Minister niet geschikt wordt geacht voor de in het winningsplan vermelde activiteit om reden van het belang van de veiligheid voor omwonenden of het voorkomen van schade aan gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan […]
Het gaat hier om een zgn kan-bepaling. De wetsbepaling brengt mee dat enige schade wettelijk aanvaardbaar is. Anders gezegd, al staat vast dat er enige schade zal ontstaan, dat is geen dwingende reden om de instemming te weigeren.

Wat betreft de aansprakelijkheid: In eerste aanleg de NAM, maar bij ontstentenis van deze EBN of de Maatschap Groningen? (en in laatste instantie de Staat?).
Antwoord: De Staat als opdrachtgever behoort mee te controleren. SodM heeft de Staat regelmatig geadviseerd en gewaarschuwd. Waarom is de Staat dan niet aansprakelijk?
Zie bij de vorige vraag: welk handelen van de Staat wordt bedoeld? In elk geval is nog niet definitief uitgemaakt dat de Staat niet aansprakelijk is.

In 2012 heeft de Provincie Groningen een proef uitgevoerd met klinkers bij mijn huis. Dit heeft voor HEEL veel trilling gezorgd. Ik heb de provincie aansprakelijk gesteld voor de schade die is ontstaan. In dezelfde periode is de Huizinge aardbeving geweest. Ook de NAM/CVW heeft van mij een schade melding gehad. De partijen geven nu elkaar de schuld en ik zit er tussen in. Afgelopen najaar heeft een casemanager van de NCG zich er over gebogen. De provincie is nu bereid om een deel van de schade te vergoeden maar de NAM/CVW niet. De kwestie is, wat de NAM betreft, overgedragen aan de Arbiter aardbevingsschade. Mijn vraag is nu of er juridische argumenten en of dwang aan te dragen zijn om de provincie (welwillend) en de NAM/CVW dit probleem samen op te lossen.
Antwoord: Er zijn geen juridische mogelijkheden om te dwingen dit probleem samen op te lossen. Juridisch moeten beide (provincie en NAM) aansprakelijk worden gesteld: ze zijn beide apart aansprakelijk voor hun eigen handelen. NAM/CVW kan alleen gedwongen worden via rechterlijke procedure. Maar misschien wordt via de Arbiter een oplossing gevonden.

Is het mogelijk via een kort geding de inspectie en versterking van je woning af te dwingen?
Antwoord: Versterking is gebaseerd op art. 33 Mijnbouwwet. Het gaat om een verplichting van NAM. Er kan een procedure tegen NAM worden ingesteld. Eventueel kan dit in de vorm van een kort geding. Maar een kort geding ligt alleen voor de hand i.g.v. een spoedeisende situatie.

Er is een wetsvoorstel in voorbereiding om de positie van de NCG te versterken. Wat zijn de consequenties als dit wetsvoorstel ook wet wordt?
Antwoord: Diverse consequenties. Ze hangen vooral af van de bevoegdheden die de NCG krijgt. Mogelijk krijgt de NCG de bevoegdheid om mensen te dwingen mee te werken aan de versterkingsoperatie. Dan zal de NCG als bestuursorgaan optreden. Dat betekent dat bezwaar en beroep zouden openstaan.

De NAM probeert onder de aansprakelijkheid voor de schade uit te komen. Bijvoorbeeld door het rapport van Witteveen en Bos als uitgangspunt te nemen voor het nieuwe protocol. En door het over buitengebieden te hebben. Hoe kunnen we ons hier juridisch tegen verzetten?
Antwoord: Nagegaan moet worden of met het rapport van Witteveen en Bos de omkering van het bewijsvermoeden is omgekeerd, zodat het bewijs weer op de bewoners drukt. Bewoners zullen moeten aannemelijk maken dat er aan het rapport gebreken zitten. In hoeverre is per woning gekeken naar grondversnelling, grondsoort en type woning? In hoeverre is gekeken naar de cumulatie van schade (meerder opeenvolgende bevingen)? Het rapport geeft zelf aan dat het geen 100% garantie biedt dat de schade niet door gaswoinning is veroorzaakt. Waarom heeft NAM niet gezorgd voor goede metingen van de schadeontwikkelingen in het gebied? Nam wist al jaren van de risico’s. NAM had de kennis en de middelen in huis om de schadeontwikkelingen in beeld te krijgen. Waarom heeft NAM in het verleden niet gezorgd voor bewijs van wat in haar bewijsdomein ligt? Juridisch staan de bewoners dus niet zonder argumenten.

NAM vertrekt misschien na 2020. Welke scenario’s kunnen zich voltrekken?
Antwoord: 134-141 Mbw, Schadevergoeding bij insolventie, Artikel 137
Onze Minister kent een natuurlijke persoon bij wie zaakschade is opgetreden als gevolg van mijnbouwactiviteiten op diens verzoek een schadevergoeding toe ten laste van het waarborgfonds, indien:
1.
de betrokken mijnbouwondernemer failliet is verklaard, surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, of
2.
de betrokken mijnbouwondernemer heeft opgehouden te bestaan of is overleden, en
3.
de schade niet reeds geheel of gedeeltelijk uit anderen hoofde is vergoed.

Waarom is voor velen onduidelijk welk bedrag precies in het waarborgfonds zit? (art. 135)
Antwoord: Weet ik niet. De volgens het Mijnbouwbesluit in het fonds te storten bedragen zijn laag. Ze staan niet in verhouding tot de bedragen die gemoeid zijn met schadevergoeding en versterking van woningen. De overheid gaat er vanuit dat de bedragen sowieso worden opgehoest.

Waar zijn de verslagen te vinden die de minister jaarlijks moet doen aan de beide Kamers omtrent het over het waarborgfonds gevoerde beheer? (art. 136)
Antwoord: Idem. Het waarborgfonds heeft tot dusverre een ondergeschikte rol gespeeld. Het gaat vooralsnog niet om het fonds, maar om betalingen o.g.v. art. 6:177 BW.

Is het waarborgfonds voldoende in staat – wanneer de mijnbouwonderneming heeft opgehouden te bestaan – om schade vergoeding uit te betalen aan een natuurlijke persoon bij wie zaakschade is opgetreden als gevolg van mijnbouwactiviteiten? (art. 136)
Antwoord: Als het fonds leeg raakt, zal worden gekeken naar de aandeelhouders van NAM en mogelijk ook naar andere bedrijven die in het fonds moeten storten. In laatste instantie kan de politiek bepalen dat de belastingbetaler garant staat.

Al onze huizen, kerken en bedrijfspanden panden voldoen niet aan het wettelijke bouwbesluit. Ik weet niet waar alle overige bouwwerken qua veiligheid onder moeten vallen. Zoals de nieuwe Zuidelijke Ringweg. Er bestaat – voor huizen? – een Eurocode 8. Sinds 2011? Elk land moet ook specifieke bevingsnormen hebben. Nederland had die nog niet. Minister Henk Kamp heeft de NPR 9998 door 19 deskundigen in een NEN normcommissie laten opstellen. Minister Henk Kamp en Hans Alders willen deze norm alleen voor nieuwbouw implementeren. Daarover heb ik bericht gehad van Hans Alders. Dan zijn ALLE GRONINGERS met bestaande bouw: RECHTENLOOS. Ik heb aan prof. H.E. Bröring per email om uitleg gevraagd. Is Hans Alders illegaal bezig door te versterken op een niet wettelijke norm? Hoe zit het met die NPR 9998 voor alle bewoners. Ik wil graag – en verwacht – op 1 mei 2017 een Jip en Janneke uitleg over de NPR 9998.
Antwoord: Wat is de betekenis van NPR 9998? Het is nu een deskundigenrichtlijn (cf Eurocode), en om die reden al juridisch van betekenis. Versterken o.g.v de niet-wettelijke norm is verdedigbaar nu het zich laat aanzien dat deze norm wettelijk wordt. Straks staat de norm in het Bouwbesluit. Het is niet volledig duidelijk wie de meerkosten betaalt. Op dit moment zijn er afspraken met NAM: de zgn. Nieuwbouwregeling. Gaat het om 0,04-0,1 pga, dan achteraf versterken. Hoe op de langere termijn met de meerkosten wordt omgesprongen, is onbekend. Wordt bouwen in Groningen duurder voor de bouwer? Blijft NAM bijdragen? Subsidieert de overheid?

Hoe om te gaan met bestaande bouw? Kan straks van bewoners worden geëist dat zij hun huis in overeenstemming brengen met nieuwe eisen Bouwbesluit?
Antwoord: Niet per se. In beginsel moet je aan deze nieuwe eisen voldoen. Maar het is een kwestie van overgangsrecht (vgl. hoe met asbestdaken wordt omgegaan).

Ik ben woonachtig in ‘t Zandt, een zogenaamd pilot-dorp aangaande het versterken van woningen. Daar heb ik wat vragen over. Zijn inwoners/woningeigenaren in het aardbevingsgebied verplicht mee te werken aan het bouwkundig versterken van de woning?
Antwoord: Nee, tenzij de bewoner zich schuldig maakt aan een overtreding van een wettelijke norm. I.g.v. een overtreding kan de bewoner een last onder dwangsom of bestuursdwang worden opgelegd. Verder is voorstelbaar dat de NCG een bevoegdheid krijgt om onder omstandigheden bewoners te dwingen mee te werken.

Wat zijn de rechten van de inwoner/woningeigenaren aangaande bouwkundig versterken?
Antwoord: Zie het antwoord op de vorige vraag. Afgezien van verplichtingen om mee te werken: de bewoner, zeker de huiseigenaar, heeft sterke rechten. Het gaat om zijn huis. Maatgevend voor de versterking is art. 33 Mijnbouwwet. Bij de in dat kader te maken keuzes heeft de bewoner een grote stem. Welke technieken worden gebruikt? Hoe komt het huis er na de versterking uit te zien? Dat hangt in belangrijke mate van de bewoner af. Wel is er de beperking dat de kosten redelijk moeten zijn.

Als een woningeigenaar niet wil mee werken aan inspectie, kan de NCG/CVW de bewoner dan aansprakelijk stellen als er niet goed versterkt wordt? (bij een beving, raakt iemand gewond-dood) Of voor eventuele meerkosten bij versterken?
Antwoord: De woningeigenaar is verantwoordelijk en dus aansprakelijk. Maar niet t.o.v. NAM of CVW, maar t.o.v. degene die geraakt is. Afhankelijk van de verzekeringspolis kan het misschien een verzekeringskwestie worden. Zie voor de meerkosten hierboven.

Aangezien de versterkingsoperatie zeer traag op gang komt, is het niet ondenkbaar dat ‘de grote klap’ komt voordat alle panden versterkt zijn. Waar ligt dan de aansprakelijkheid: bij Nam of NCG, overheid?
Antwoord: Als het niet op tijd versterken niet aan de bewoner ligt, maar aan de traagheid van NAM, dan is NAM aansprakelijk (mits de bewoner zich redelijk heeft opgesteld t.o.v. NAM en bestuur). Wordt in dit geval de bewoner zelf door een derde (bijv. een bezoeker) aansprakelijk gesteld, dan kan de bewoner NAM in vrijwaring te roepen.

Kan een individuele woningeigenaar afdwingen bij NCG dat zijn of haar woning met voorrang versterkt wordt, als blijkt dat de versterkingsoperatie dermate traag verloopt dat 2021 (het verwachte jaar waarin de seismiciteit weer toeneemt in het kerngebied) niet gehaald wordt? Of in eigen beheer versterken en dan de nota bij de NAM/Overheid neerleggen?
Antwoord: Wat betreft dit laatste: zie art. 6:184 BW. Dit artikel houdt in dat je de kosten van iedere redelijk te nemen maatregel om schade te voorkomen of beperken, nadat een ernstige of onmiddellijke dreiging van schade is ontstaan, bij NAM in rekening kunt brengen. Maar wees voorzichtig! Zie de onderstreepte woorden: daar moet echt aan worden voldaan. In de praktijk is het voorgekomen dat iemand zijn vloer had vervangen door een betonvloer om verdere schade te voorkomen. Maar betrokkene kon niet aannemelijk maken dat een goedkopere maatregel niet even goed zou zijn. Eindresultaat (rechtbankvonnis) was dat hij de kosten niet vergoed kreeg.
Wat betreft het eerste (afdwingen): Art. 33 Mijnbouwwet betreft een verplichting van NAM. Men moet NAM dus o.g.v.art. 33 Mijnbouwwet aanspreken. Evt. in (civiel) kort geding. Er zijn in de praktijk al combi-vorderingen ingediend (art. 6:177 BW + art. 33 Mbw). Een onduidelijkheid zit in het ‘redelijkerwijs’. Het ‘redelijkerwijs’ kan ook zien op prioritering. Evt kun je een brief sturen waarin aansprakelijkheid van NAM wordt benadrukt, nu de versterking op zich laat wachten. Wat betreft de versterking is overigens nog veel onduidelijk. Welke bevoegdheden krijgt de NCG precies? Hoe zit het met de rechtsbescherming tegen NAM / de NCG?

Als blijkt dat het versterken van een woning boven 100% van de waarde uitkomt, kan de eigenaar worden verplicht om bij te betalen of de woning te (laten) slopen? Bij wie ligt de verantwoordelijkheid?
Antwoord: Daar is enige jurisprudentie over; zie o.a. HR 7 mei 2004, AO2786 (gem. Den Haag / Van Schravendijk), en HR 10 april 2017, 208 (PHR:2016:1123). Gezien deze jurisprudentie is een ondubbelzinning antwoord in het algemeen niet te geven: het hangt van de omstandigheden af. Dat slopen en nieuwbouw goedkoper is dan herstellen, sluit niet uit dat toch moet worden hersteld. Aan de andere kant zal de rechter niet zo ver gaan, dat hij tot herstellen verplicht terwijl dat vijf of tien keer zo duur is dan nieuwbouw. Mogelijk hangt het, o.a., af van het soort huis (karakteristiek?) en de nabije woningen.

Verder nog een vraag over het Centrum Veilig Wonen. Als schademelder moeten er allemaal formulieren ondertekend worden. In hoeverre zijn deze rechtsgeldig? Met name woorden als finale kwijting doen mij de nekharen recht overeind staan. En dan nog de termijnen die het CVW aanhoudt voor de schademelder, maar het CVW houdt zich niet aan termijnen/redelijke wachttijden. Kan het CVW in gebreke worden gesteld/aansprakelijk worden gesteld?
Antwoord: Strikt genomen, ben je niet verplicht deze formulieren te gebruiken. Er is immers geen wet die zegt dat het moet. Maar wie het CVW-traject ingaat (i.p.v. NAM meteen te dagvaarden), kan praktisch gesproken vrijwel niet om de CVW-formulieren heen. Maar denk erom: je moet niet voor ‘finale kwijting’ en dergelijke tekenen, als je er niet volledig achter staat. Want een overeenkomst (door ondertekening) is een overeenkomst, en daaraan ben je gebonden.

Als ik het schadetraject ben ingegaan met CVW ben ik dan verplicht dit tot het eind toe te volgen? of kan ik mij hier halverwege aan onttrekken omdat het veel te lang duurt? Kan ik na onttrekking zelf de schade herstellen en met diverse rapporten, de nota indienen bij de NAM?
Antwoord: Je mag halverwege afhaken: er bestaat geen verplichting om langs het CVW te gaan. Je mag zelf herstellen en de nota bij het CVW indienen, maar alleen onder strikte voorwaarden, zie boven bij art. 6:184 BW; dus nogmaals: kijk uit!

In overleg met Vergnes, welke voor ons de contra expertise heeft verzorgd, en Mevr. Mr. M. Spithoff willen we graag mee doen om juridische stappen te ondernemen, want als het op de lange baan geschoven wordt zijn we bang dat we t.z.t. met lege handen staan. Volgende week Koningsdag? Hoeveel procent van de aandelen van de Shell zijn in het bezit van het Koninklijk Huis?
Antwoord: Geen idee. Maar aandelen van de Koninklijke (Shell), en daarvoor de Bataafsche, zal altijd populair geweest bij de Oranjes.

Hoe werkt het aanmanen indien niet binnen 5 jaar de schade is afgehandeld als NAM eerst heeft afgewezen en CVW het later heeft opgepakt?
Antwoord: Eenvoudig een briefje sturen. Omdat de 5 jaar dreigen te verstrijken, gaat het om een zgn. stuitingsbriefje: een briefje bedoeld om verjaring te voorkomen. Op internet zijn daarvan voorbeelden te vinden. Groninger Bodembeweging en Gasberaad hebben aandacht voor de verjaring.

Wat te doen als ik inzage in mijn dossier vraag bij CVW, maar CVW hier steeds niet op reageert?
Antwoord: Je zou kunnen denken aan een klacht hierover bij de Onafhankelijk raadsman. Maar het gaat ook om de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Art. 35 zegt dat je recht op inzage van je eigen gegevens hebt. Je kunt om correctie en verwijdering van gegevens vragen (art. 36). Komt er geen goeie reactie, dan kun je een verzoek bij de rechtbank indienen (art. 46); dit kan zonder advocaat. De rechtbank kan het CVW een bevel geven. Het verzoek moet worden gedaan binnen 6 weken na een afwijzend bericht van het CVW. Evt. kan ook de Autoriteit persoonsgegevens worden geïnformeerd over de opstelling van het CVW.

In ons schaderapport van het CVW staat een passage over een bouwkundig aspect van onze woning. Vanwege een verbouwing is een deel van een draagmuur vervangen door een ijzeren draagbalk. De werkzaamheden zijn door een erkende aannemer uitgevoerd. De schadeexpert van het NAM/CVW zegt zonder enige onderbouwing in zijn rapport dat: “Door interne verbouwing zijn de krachtenafdrachten in de 1e verdiepingsvloer en kap gewijzigd”. Dat zou de oorzaak zijn van scheurvorming in de buitengevel. Ik vind dat de betreffende passage uit het rapport moet worden verwijderd. Heb het CVW er nog niet zo ver kunnen krijgen. NB > Van de vier gemelde scheuren in voor- zij- en achtergevel is nu juist die ene scheur aangemerkt als bevingsschade (!). Alle overige scheuren zijn door een contra-expert in eerste instantie aangemerkt als bevingsschade, maar in het eindrapport aangemerkt als C-schade.
Na veel gedoe met het CVW willen ze toch alle scheuren in de buitengevel herstellen (totale kosten: plm. 1600 euro.) Voorwaarde is echter dat wij een ‘overeenstemmingsformulier’ moeten tekenen, waarmee ons dossier (lopend vanaf 2014) definitief wordt gesloten.
In het overeenstemmingsformulier staat de zinsnede: “Schademelder is zich (….) bewust dat het opnieuw optreden van hetzelfde schadebeeld op dezelfde plaats niet meer voor vergoeding/herstel door CVW in aanmerking komt tenzij er tussentijds (aantoonbaar) een relevante beving is geweest”. Ook staat er: “Na finale kwijting van de schade (….) zullen partijen definitief niets meer van elkaar te vorderen hebben betreffende de schade (….). Dit geldt ook als later nieuwe feiten of omstandigheden bekend worden. Deze finale afhandeling kan niet gezien worden als een erkenning door CVW van enige aansprakelijkheid.” Nog ter informatie: De scheuren in buitengevel zijn ontstaan nadat er bij de eerste schademelding in 2014 (na beving Huizinge) een nulmeting is gedaan. Dus zonder dat er na de nulmeting een ‘(aantoonbaar) relevante beving’ is geweest.
Opvragen complete schadedossier: Al sinds januari 2017 proberen wij ons schadedossier in handen te krijgen. NAM verwijst door naar CVW. CVW houdt zich van de domme en doet het voorkomen alsof het schaderapport en schadedossier hetzelfde zijn. Welke stappen kunnen we ondernemen (beroep op de WOB of anderszins?)
Antwoord: Zie bij de vorige vraag. De Wet openbaarheid van bestuur is niet van toepassing, omdat NAM/CVW geen overheid is.

Op 10 april 2015 stelde Liesbeth van Tongeren Kamervragen over de Crisis- en Herstelwet (Chw). De antwoorden van minister Kamp blijven hier en daar vaag, en de juridische strekking ook. Vandaar de volgende vragen:
Is er na april 2015 nog gesproken over de Chw in verband met de mijnbouwproblematiek in Groningen?
Antwoord: Mij niet bekend. De toepasselijkheid van de Chw in Groningen is heel ruim geformuleerd. We weten niet wat de betekenis is, afgezien van wat normaal voor Chw geldt (o.a. geen beroepsmogelijkheid voor gemeenten en provincie, voorrang bij de Raad van State).

Zijn de Groninger gemeenteraden op de hoogte van de mogelijke gevolgen van de Chw? Wat is er gecommuniceerd?
Antwoord: Geen idee. Ik kan mij voorstellen dat gemeenteraden het niet leuk vinden dat ze in bepaalde gevallen geen beroepsmogelijkheden hebben. Maar nogmaals, we weten niet wat dit in de praktijk gaat voorstellen.

In hoeverre is een nieuwe regering te houden aan de woorden van minister Kamp? Ik doel hier bij op:“de zorg van het lid Van Tongeren dat «provincie en gemeenten (…) buitenspel worden gezet» door het toevoegen van maatregelen aan de Chw onterecht is; er is geen sprake van beperking van hun mogelijkheden om invloed uit te oefenen.” https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20142015-2297.html
Antwoord: Een nieuwe regering kan in theorie nieuwe afwegingen maken. Maar elke regering is gebaat bij goed overleg met de provincie en de betrokken gemeenten.

Waar zijn de inhoudelijke veranderingen te vinden uit deze opsommingslijst? https://www.wabobank.nl/crisis-en-herstelwet-permanent
Antwoord: Zie boven: o.a. geen beroep decentrale overheden tegen rijksbeslissingen; voorrang bij Raad van State. Inhoudelijke veranderingen lijkt er niet te zijn. Het gaat om procedurele (versnellings)bepalingen.

De inwerkingstelling van de Chw in Groningen wordt door minister Kamp gelegitimeerd door het verband te leggen met het versterken van de economie door de grote versterkingsopgave. Nu dit niet of maar zeer ten dele gerealiseerd wordt, vervalt daarmee die legitimiteit? https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20142015-2297.html
Antwoord: De relatie tot de economie is i.h.a. een zwak verhaal, in Groningen en ook elders waar de Chw van toepassing is. Dat de Chw werk oplevert, blijkt nauwelijks het geval te zijn. Maar de economische situatie in Groningen is wel gebaat bij een voortvarende aanpak.

Interfereert de Chw met burgerlijk-wetboek-boek-6/artikel177 ?
Antwoord: Neen.

Tot slot een aantal vragen m.b.t. de positie van CVW/NAM/NCG
Er is een Uitvoeringskader VTH getekend met Gemeentes en Provincie, dat is “vastgesteld” door de betrokken Burgemeesters en Wethouders, zonder overleg met Gemeenteraden. Is dit conform de normale bestuurlijke gang van zaken?
Antwoord: Zo’n uitvoeringskader lijkt een onderwerp te zijn dat ook in de raad aan de orde dient te komen.

Wat gebeurt er met samenstelling en bestuur van het huidige CVW als het onder regie van de NCG valt? Te denken valt hierbij aan:
– Afspraken met de NAM
– Winst
– Juridische positie
Antwoord: Inhoudelijke afspraken met NAM moeten vervallen. Zolang het CVW (private) aandeelhouders heeft, zal winst maken een onderdeel blijven. De juridische positie wordt echt anders: geen aansturing meer vanuit NAM, maar door de NCG, evt de Onafhankelijke Schadecommissie.

Gezien de opmerking van minister Kamp hierboven, hebben Gemeenten en Provincie binnen het instituut NCG genoeg zeggenschap om de huidige Arbiters te benoemen tot lid van een toekomstige ‘onafhankelijke beoordelingscommissie’ m.b.t. de mijnbouwschade?
Antwoord: Dat staat nog te bezien. We weten niet wie de commissieleden gaat benoemen. Mogelijk de eerste keer de NCG, daarna de commissie zelf. De NCG zal draagvlak bij provincie gemeenten en maatschappelijke organisaties moeten hebben.

Kan het CVW zomaar een “proef” onderzoek uitvoeren op de 1634 schademeldingen en deze dan ook nog “heilig” verklaren?
Antwoord: Een proef doen, kan altijd. Maar heilig verklaren kan niet. Uiteindelijk maakt de rechter het uit. Wel kan de proef (het rapport Witteveen en Bos) gevolgen hebben voor de omkering van het bewijsvermoeden. Zie boven.

Kan CVW als privaat bedrijf een “termijn” stellen van b.v. 6 of 8 weken om te reageren op het voorstel voucher, second opinion?
Antwoord: Dat kan. Het is een aanbod. Dat aanbod kan men accepteren, maar men kan ook niet reageren of het aanbod van de hand wijzen. Men moet hier zijn eigen afweging maken. Hoe kom ik met het voucher uit? Heb ik duidelijk meer schade dan 1500? Heb ik argumenten om het rapport Witteveen en Bos voor mijn eigen zaak onderuit te halen?

Kan een deelnemer in het buitengebied ook een contra expertise inhuren(de second opinion overslaan) en dan naar de arbiter bodembeweging?
Antwoord: Dat kan.

Is het juridisch mogelijk om als CVW een second opinion aan te bieden i.p.v. een eigen gekozen contra expertise?
Antwoord: Dat kan. Maar mensen mogen altijd voor hun eigen bewijs zorgen, dus ook zelf een eigen expert aanzoeken.

De NCG neemt de volledige schadeafhandeling over en dus ook het CVW. Hoe is de juridische verhouding tussen de “ambtenaar” NCG en het private, commerciële bedrijf CVW, een op winst ingericht bedrijf?
Antwoord: Zie boven. De NCG kan het CVW aansturen. NAM moet dat willen, maar wil dat ook, omdat NAM heeft aangegeven in het proces van schadeafhandeling te willen terugtreden.

Dient NAM formeel aansprakelijk gesteld te worden of kan de schademelding bij het CVW/NAM worden gezien als aansprakelijkstelling?
Antwoord: Formeel is NAM de aansprakelijk te stellen partij. Maar omdat het CVW uitvoeringsorganisatie van NAM is, kan men het ervoor houden dat met een schademelding bij het CVW NAM aansprakelijk is gesteld.

Kunt u uitleggen wat de omgekeerde bewijslast betekent voor de gedupeerden? Bekend is dat NAM het tegendeel moet bewijzen (geen schade agv mijnbouw), maar als gedupeerde dien je toch ook te bewijzen dat dit wel zo is?
Antwoord: Art. 6:177a BW geeft een wettelijk bewijsvermoeden, dat betekent geen omkering bewijslast (c.q. tegendeelbewijs). NAM hoeft dus alleen het bewijsvermoeden te ontzenuwen, door aannemelijk te maken dat de kans heel groot is dat de schade niet door bodembeweging is veroorzaakt. NAM hoeft dus niet aan te tonen dat schade door bodembeweging absoluut is uitgesloten. Bewoners moeten aantonen dat het bewijs a la Witteveen en Bos niet uitsluit dat de kans reëel is dat de schade toch door de bodembeweging als gevolg van de mijnbouw is veroorzaakt.

Op grond van welk wetsartikel dient de NAM aansprakelijk te worden gesteld in de versterkingsoperatie? Is dit uitsluitend art. 6:177 en art. 6:184 BW?
Antwoord: Neen. Het gaat om art. 33 Mijnbouwwet.

Zelfde vraag voor de Inspecties op veiligheid.
Antwoord: De Mijnbouwwet biedt hiervoor de grondslag.

Rechtsbijstandsverzekeringen beroepen zich dikwijls op de afwijzingsgrond dat een geschil nieuw of onvoorzienbaar dient te zijn (het brandende huis-verhaal). Geeft een nieuwe inrichting van de schadeafhandeling, mogelijk bestuursrechtelijk, de mogelijkheid om zaken alsnog aan te melden die aanvankelijk op die grond werden afgewezen?
Antwoord: Daartoe kunnen verzekeraars moeilijk worden verplicht (contractsvrijheid). Wettelijk kan wel een rechtsbijstandsregeling in het leven worden geroepen. Er is niet voor niets geld gereserveerd (Van Tongeren-fondsje). Maar dit geld zit nog vast in Den Haag.

 Door een procedurefout van CVW heb ik nog steeds geen schade-inspectie van mijn woning gehad. Ik woon in Kiel-Windeweer. Wat we ook doen, we krijgen het niet voor elkaar. Hierdoor kunnen we ook niet voor waardevermeerdering in aanmerking komen. Hoe zit dit juridisch in elkaar? Wat een veiligheidsinspectie moest zijn is gezien als schade-inspectie en dit is niet te veranderen volgens CVW. Verschillende casemanagers van CVW en NCG hebben zich er over gebogen maar ze kunnen niets doen. Het resultaat: er gebeurt al 2 jaar niets.
Antwoord: Als een ander geen schade-inspectie regelt, kun je het zelf doen. Met de uitkomst van de zelf georganiseerde inspectie kun je naar het CVW. Het CVW moet dan evt. weerleggen. Kortom, de regie naar je toe halen.

Een vraag die mij bezig houdt is of er juridische aspecten aan verbonden zijn als je als eigenaar je huis in eigen beheer (zelf en met deskundige hulp) gaat verstevigen. Dit vanwege het gebrek aan vertrouwen in NAM, en het in eigen regie willen houden van het geheel. De rekening wil ik wel bij NAM indienen.
Antwoord: Dit betreft art. 6:184 BW, waarover boven. Denk om de waarschuwing voor risico’s.

Met mijn huis participeer ik in het NCG project Heft In Eigen Hand. Op grond daarvan mijn vragen:
Heeft het consequenties voor mij als eigenaar wanneer ik de aan te bieden versterking niet accepteer dan wel later op een voor mij passender tijdstip wil laten uitvoeren?
Antwoord: Het hangt af van de reden waarom je niet accepteert. Die reden moet redelijk zijn. Verder kan uitstel betekenen dat er meer schade ontstaat, evt. ook aan een derde (bv bezoeker). Het kan zijn dat je dan moet opdraaien voor die extra schade.

Ben ik vervolgens persoonlijk aansprakelijk voor optredende calamiteiten ook tav eventuele derden die dan bij mij in huis verblijven?
Antwoord: Ja. Zie verder boven.

Delen

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email