Vrees voor verdere vertraging bij nieuw model versterking

Het Groninger Gasberaad is verbijsterd dat het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) voorstelt een model te ontwikkelen om te kijken welke huizen eerder versterkt moeten worden. Secretaris Susan Top is bang dat het opnieuw zal leiden tot vertraging.
‘Ik krijg er letterlijk buikpijn van’, zegt Top.

Meest kwetsbaar
Het SodM liet dinsdag weten dat het zogenoemde HRA-model niet geschikt is om te bepalen welke huizen als eerste aan bod moeten komen bij het uitvoeren van versterkingsmaatregelen. In dat model wordt onderscheid gemaakt tussen huizen met een hoog, licht verhoogd of normaal risicoprofiel.

De toezichthouder adviseert om niet te kijken naar het risico, maar naar de versterkingsadviezen zelf. Mocht blijken dat een huis met een normaal risicoprofiel kwetsbaarder is dan een huis met een hoog risicoprofiel, dan moet dat huis volgens het SodM voorrang krijgen.

“Het slechtste dat ons kan overkomen, is dat we er nog een computermodel bij krijgen” zegt Top. 

Het SodM adviseert om een zogenoemde veiligheidsindex te ontwikkelen. Daarbij wordt vergeleken welke maatregelen nodig zijn om ervoor te zorgen dat huizen voldoen aan de veiligheidsnorm. ‘Dat mechanisme zou kunnen bijdragen aan de prioritering van de versterkingsoperatie’, zo stelt de toezichthouder in haar advies.

Lastig in praktijk
Het Gasberaad ziet niets in zo’n index: ‘Het slechtste dat ons kan overkomen, is dat we er nog een computermodel bij krijgen. Je hebt een heleboel versterkingsadviezen nodig om te bepalen welke gebouwen eerder en later moeten. Dat leidt onvermijdelijk tot vertraging’, zegt Top.

De ‘veiligheidsindex’ is volgens wethouder Bé Schollema (PvdA/GroenLinks) van Loppersum in theorie misschien geen gek idee, maar praktisch niet haalbaar: ‘Als je met de ene woning wil beginnen terwijl er voor de andere woning een zwaarder advies komt, dan vind ik niet dat je kunt zeggen: die andere woning moet eerder uitgevoerd worden. Dat heeft een vertragend effect voor de andere bewoner en dat is een absolute no go.’

Binnen werkvoorraad
Volgens het SodM heeft het loslaten van het HRA-model geen effect op de snelheid van de versterkingsopgave: ‘Je hoeft niet alle opnames binnen te hebben. Het gaat erom wat je aanpakt binnen de werkvoorraad, dus welke huizen de meest zware maatregelen nodig hebben. De gebieden blijven daarin geclusterd, zodat hele straten in één keer aangepakt worden’, laat een woordvoerder weten.

Bestuurders en maatschappelijke organisaties waren altijd tegen het gebruik van het HRA-computermodel voor de versterking. De NAM had met dit zelf ontwikkelde model teveel invloed op de beslissing welke huizen onveilig zijn. Ook zorgde de introductie van het omstreden model voor een enorme vertraging van de versterkingsoperatie.

Aannemers laten beslissen
Het Groninger Gasberaad wil het HRA-model en de nieuw voorgestelde veiligheidsindex beiden loslaten, zegt Top:
‘Je moet zo snel mogelijk de zwakke plekken oplossen. Aannemers en bouwbedrijven in de regio weten heel goed om welke huizen dat gaat en waar je snel veiligheid kunt toevoegen, dat moet je zo snel mogelijk doen. Je kunt nog jaren bezig blijven met het uitwerken van het beste theoretische model en de meest verfijnde prioritering, maar tegen de tijd dat je klaar bent is het niet meer nodig.’

Volgens Schollema is het advies van de toezichthouder opmerkelijk: ‘Het beoordelen van versterkingsadviezen is een ingenieursvraag. Het SodM heeft een andere rol dan het zijn van bouwkundige. Ik vind dit richting de grens waar het SodM wel en niet over gaat.’

Het loslaten van het HRA-model is een advies waar ministers Wiebes (VVD) van Economische Zaken en Ollongren (D66) van Binnenlandse Zaken zich nog over moeten buigen.

Delen

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email