Hieronder leest u de brief van Jan Kamminga, voorzitter van de Maatschappelijke Stuurgroep aan de vaste kamercommissie van Economische Zaken:

Dank voor de uitnodiging deel te nemen aan het rondetafelgesprek.

Eigenlijk zie ik deelname aan een gesprek als een maatschappelijke plicht.

En het zou ook moeten zijn uit respect voor de volksvertegenwoordiging.

Echter, dat respect zou ook wederzijds moeten zijn.

Dat respect mis ik.

Ik vind het getuigen van een groot gebrek aan inzicht in de Groningse situatie als gedacht wordt door de volksvertegenwoordigers dat in één tot twee minuten over de rol en het instituut van de NCG geïnformeerd kan worden.

En dat ook nog op een moment dat alle aandacht uitgaat naar de rapportage van de Mijnraad. Nota bene 28 juni…..

Uit vriendelijkheid gebruik ik geen krachtiger termen over deze gang van zaken.

Ik ben vier en half jaar betrokken. Als voorzitter van de dialoogtafel en later de maatschappelijke stuurgroep.

Niet als werkgeversbestuurder zoals ik sta vermeld. Opmerkelijk….

Als de Tweede Kamer of leden daarvan mijn ervaring en visie willen vernemen wil ik zeker informeren, maar niet in anderhalve minuut.

Die informatie zou overigens wel nuttig kunnen zijn.

Want wat ik in de afgelopen jaren uit de Kamer heb vernomen ……dan is mijn respect voor de volksvertegenwoordiging geschaad.

Ook deze procedure draagt daaraan bij.

Ik kom dus toch maar niet.

Jan Kamminga