De afgelopen week zijn de inwoners van het gaswinningsgebied opnieuw geconfronteerd met verwarrende berichtgeving over de versterkingsoperatie. Wat is er aan de hand? De minister is van mening dat met zijn voornemen om de gaskraan versneld naar nul terug te draaien er per direct consequenties zijn voor de versterkingsoperatie. Alleen daar waar (bijna) is begonnen met de versterking, dan wel sloop/nieuwbouw, kan de operatie conform eerdere afspraken en besluiten worden afgemaakt. Voor al het overige wil hij een “heroverweging”.

Tot op zekere hoogte is dat logisch. Het is aannemelijk dat de seismiciteit bij een (substantieel) teruggedraaide gasproductie zal afnemen. Grote vraag is per wanneer en in welke mate dit effect zal gaan optreden. Eén ding is zeker: de komende twee tot vier jaar zullen de risico’s nagenoeg gelijk blijven.

Is dat voldoende reden om nu al een vertraging in de versterkingsoperatie, leidend tot een mogelijke heroverweging (lees afbouw) in te voeren. “Nee”, denken wij. Het is eerder reden de operatie te versnellen dan af te bouwen. Nu de toch al moeizaam op gang gekomen versterkingsoperatie abrupt afremmen brengt, zowel qua veiligheid maar ook sociaal maatschappelijk, grote risico’s met zich mee. Zie ook ons eerder persbericht.

Nee” zeggen ook de zes gemeenten, momenteel onderdeel van de versterkingsopgave. In een brief aan de gemeenteraden (d.d. 26 april) schrijven de burgemeesters onder meer: “Wij zijn van mening dat de versterkingsoperatie (..) moet worden voortgezet zoals afgesproken, tot het moment dat blijkt dat door verlaging van de gaswinning een verlaging van het seismisch risico is gerealiseerd die de huidige aanpak overbodig of in mindere mate nodig maakt. Op dit moment besluiten nemen over het stopzetten of pauzeren van de versterking, gebaseerd op een mogelijk toekomstige situatie, vinden wij vanuit het perspectief van de veiligheid van onze inwoners niet verantwoord.”

Dit is een helder standpunt van de burgemeesters. Klip en klaar.

Toch kregen anderhalf duizend inwoners het afgelopen weekend een brief van de NCG met daarin de mededeling: “Minister Wiebes, de tien Groninger gemeenten en de provincie Groningen hebben meer tijd nodig om te bepalen of het versterkingsprogramma van uw (huur)woning doorgaat. (…) Het is nog onduidelijk of het versterkingsprogramma van uw (huur)woning of gebouw doorgaat. De partijen hebben enkele weken nodig om informatie te verzamelen en een beslissing te nemen.”

Nog eens anderhalf duizend andere inwoners kregen te horen: “Minister Wiebes, de tien Groninger gemeenten en de provincie Groningen willen wachten op de resultaten van de (SodM, KNMI, TNO) onderzoeken om te bepalen of het versterkingsprogramma kan doorgaan. (..) Het versterkingsprogramma voor uw (huur)woning of gebouw wordt uitgesteld tot de zomer. Daarna wordt een besluit genomen over het versterkingsprogramma. Mochten de resultaten voor de zomer niet beschikbaar zijn, dan bespreken de partijen wat te doen. Uiterlijk in september informeer ik u opnieuw.”

Hoe moeten wij dit nu rijmen? Hoe kan het dat de Groninger gemeenten enerzijds laten weten het pertinent níet eens te zijn met de dreigende vertraging van de versterking en anderzijds opgevoerd worden als mede verantwoordelijke partij voor de eerste uitstelmanoeuvres?  Op zijn minst zijn dit tegenstrijdige signalen te noemen. En dat is wel het laatste waar we nu behoefte aan hebben. De chaos is zonder deze onduidelijkheden al groot genoeg. Wij pleiten voor een heldere, transparante communicatie naar de bewoners. Als het zo is dat de vertraging voor rekening van de minister komt, laat dat dan duidelijk zijn. Kom met een éénsluidend standpunt vanuit de hele regio. Onduidelijk is bijvoorbeeld hoe de provincie staat tegenover het nu al temporiseren van de versterking.​ Maar naar de raadsleden en pers een brief met het éne standpunt sturen en gelijktijdig naar bewoners een brief met een andere boodschap sturen, dat kan niet de bedoeling zijn..