Afgelopen week hebben we uitgebreid contact gehad met Ir. Willem Meiborg over een uitspraak van de Arbiter Bodembeweging waaruit blijkt dat verzakkingsschade onder het (wettelijk en arbitraal) bewijsvermoeden valt. Een doorbraak voor Groningen en Drenthe. Hij schreef er een opinieverhaal over, dat we hierbij graag delen.

‘Uitspraak Arbiter Bodembeweging goed voor Drenthe en Groningen’

De NAM wist tot nu toe met succes te betogen dat de omgekeerde bewijslast niet geldt bij verzakkingen. Dat is nu afgelopen na een tussen-uitspraak van de Arbiter Bodembeweging.

De Tweede Kamer besloot in 2016 tot het invoeren van de omgekeerde bewijslast bij aardbevingsschade, het zogenaamde wettelijke bewijsvermoeden (art BW 6:177a). De bedoeling daarvan was om gedupeerden van schades aan hun woningen als gevolg van de gaswinning in Groningen tegenover de NAM in een betere rechtspositie te brengen. De NAM zou vanaf 1 januari 2017 bij de invoering van dit bewijsvermoeden moeten aantonen, dat schades niet het gevolg waren van bodembewegingen

Advies
Op 6 mei 2017 schreef ik in het Dagblad van het Noorden een opiniestuk, met als strekking dat de NAM ten onrechte het zogenaamde Buitengebied Groningen had uitgesloten van claims in verband met de even zovele schademeldingen na de aardbevingen van onder andere Huizinge. Op basis van deze technische analyse en conclusie heeft advocaat Mr. Patrick van der Vorst uit Rotterdam in juli 2017 zijn bekende juridische advies geschreven, waarin ook hij tot de conclusie komt dat de NAM het bewijsvermoeden niet weet te ontzenuwen. En dit is daarna ook in twee rechtszaken bij de rechtbank in 2017 ook op grond van dit advies in een vonnis bevestigd.

Als buitenstaander zou je dan denken, als dit geldt voor het Buitengebied, waar de trillingsintensiteit toch relatief klein is, dan toch zeker ook in het grote gebied daarbinnen (ik noem het nu het Binnengebied). Maar dat bleek toch nog niet zo te zijn. In veel zaken in dit Binnengebied bleek bij een eerste beschouwing de Arbiter tot de conclusie te zijn gekomen, dat het bewijsvermoeden niet van toepassing was.

Verzakkingen
Het viel mij daarbij op dat de NAM steeds bij herhaling en zeer nadrukkelijk bij de hoorzitting stelt dat de schades het gevolg zouden zijn van verzakkingen, en volgens de NAM zou daarvoor het bewijsvermoeden niet van toepassing zijn. De gedupeerde zou het verband van de verzakkingen met de aardbevingen moeten zien aan te tonen. Voor de meesten van de gedupeerden onbegonnen werk. Maar bovendien ook onterecht. Het lijkt er sterk op, dat in al die zaken de Arbiter door de NAM bewust op het verkeerde been is gezet.

In 2018 heb ik als deskundige bij een aantal arbitragezaken aan de arbiter uitgelegd, dat aardbevingen niet alleen schades in woningen kunnen veroorzaken, maar ook verzakkingen onder de gebouwen met schades tot gevolg. Bekend is dat ook door de diepe bodemdaling op verschillende andere manieren in het gasveld verzakkingen, met schades aan gebouwen tot gevolg, kunnen ontstaan. Dus ook zonder de invloed van aardbevingen.

Gaswinning nooit uit te sluiten
Van belang is vervolgens om te beseffen, dat daardoor nooit is uit te sluiten dat verzakkingen veroorzaakt zijn door aardbevingen en grondbewegingen als gevolg van de gaswinning in het Groningenveld. Dus is het wettelijke bewijsvermoeden van toepassing, precies volgens de letter en de geest van de wetstekst. De enige uitzondering waarmee de NAM (of een deskundige van Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen, TCMG) het bewijsvermoeden zou kunnen ontzenuwen, ontstaat als een uitsluitende andere oorzaak kan worden gesteld, die evident en aantoonbaar de schade heeft veroorzaakt. Volgens de juristen in het Panel van deskundigen aan TCMG en de hiervoor genoemde Patrick van der Vorst moet de lat voor het bewijs erg hoog worden gelegd.

Deze analyse en conclusie zijn begin dit jaar bevestigd in het advies van Panel van Deskundigen aan TCMG. Het bestuur heeft dit advies volledig overgenomen. Ik ga ervan uit dat TCMG met de commissie en deskundigen dit ook zo zullen gaan uitvoeren.

Verheugend
Het is verheugend te noemen dat de Arbiter Bodembewegingen nu heeft besloten om dit advies te gaan volgen. En dus ook bij verzakkingen uit te gaan van het bewijsvermoeden, tenzij de NAM voldoende degelijk bewijs levert van een andere oorzaak. Op 26 maart 2019 heeft de Arbiter in een zaak in Klazienaveen een uitspraak gedaan, waarin gebruik wordt gemaakt van het advies van het panel. Voor de schadegevallen in Drenthe heel belangrijk, maar ook voor Groningen. Een prima ontwikkeling voor alle gedupeerden in Groningen en Drenthe.

Woerden, Ir. Willem Meiborg. Hij schrijft op persoonlijke titel.