Onderstaande tekst is basis geweest voor de reactie van het Groninger Gasberaad bij de bespreking van het Plan van Aanpak Versterken, vrijdag 2 november 2018. Deze reactie is ter plekke grotendeels woordelijk uitgesproken.

Vooraf willen we duidelijk stellen dat we op geen enkele manier erop uit zijn om de versterking te vertragen. Integendeel! Wij waren en zijn van mening dat de versterking onnodig is stop gezet en zo snel mogelijk hervat moet worden. Daarvoor was en is geen nieuw Plan van Aanpak noodzakelijk, die is hooguit nodig voor het bijsturen van het vervolg. Er kan gewoon door gewerkt worden waar we zijn geëindigd. Afmaken wat je bent begonnen.

‘We bespreken hier vandaag het Plan van Aanpak Mijnraadadvies. Volgens de aangegeven status is het voorliggende document “Definitief”. Dat betekent dat we kennelijk een voldongen feit bespreken en dat wat wij ervan vinden er niet toe doet. Toch vinden wij er iets van.

Er zitten hele bruikbare elementen en uitgangspunten in het Plan van Aanpak. Dat is zeker waar. Maar er zijn wat ons betreft ook een aantal fundamentele problemen met het Plan van Aanpak.

HRA (NAM)-model deugt hier niet
In de eerste plaats is de doelstelling van waaruit geredeneerd wordt veel te eng en te technocratisch. Er wordt gestuurd op een objectgerichte benadering vanuit een probabilistisch model die leidt tot een onnavolgbare stapeling van subcategorieën van risico op onveiligheid. De suggestie die gewekt wordt bij de kleine, precieze aantallen die per dorp worden vermeld, is dat we heel precies en heel zeker weten om welke huizen het gaat. Dat is niet zo! Zo is het model niet bedoeld, daar is het niet voor ontworpen. Het is schijnzekerheid. Het geeft hooguit een indicatie en is daarmee uitsluitend bruikbaar als een leidraad bij keuzes maar niet bruikbaar als enige onderlegger en kapstok voor een Plan van Aanpak.

Breder afwegingskader
Bij een zo maatschappelijk diep ingrijpende operatie als de versterking is sowieso een veel breder afwegingskader nodig. Ook afwegingen als “Hoeveel geduld kunnen we nog vragen van onze inwoners? Hoe borgen we draagvlak voor deze operatie? Hoe zorgen we ervoor dat er geen sociaal maatschappelijke ontwrichting ontstaat? Wat is eigenlijk de impact van dit Plan van Aanpak op de totale regio? Wat betekent dit voor bewoners, voor dorpen en wijken? Kortom: hoe herstellen we het vertrouwen?” komen op geen enkele manier aan de orde.

Afhankelijk van capaciteit of financiën?
De volledige operatie wordt afhankelijk gemaakt van de opname- en beoordelingscapaciteit van het CVW. Het CVW? Dat was toch dat winstgevend bedrijf onder contract van NAM? Wie bepaalt eigenlijk de capaciteitsomvang van het CVW? Wie beoordeelt dat? Wie betaalt de inzet van het CVW? Wij weten niet beter dan dat uiteindelijk nog steeds de NAM is en voorlopig ook zal blijven. Waarom draaien we het niet om? Eerst een reële ambitie formuleren om vervolgens te zorgen dat de benodigde capaciteit gematcht wordt.

Hoe leg je dit uit?
Het communicatieplan bestaat uit een tabel met verschillende doelgroepen en verschillende boodschappen. Heeft iemand tot zich door laten dringen wat daar eigenlijk staat? Hoe dat gaat werken in de praktijk?

“Dag mevrouw. Ja, u zit in de eerste batch, uw versterking gaat door. Maar u zit niet in de p50 dus we kijken nog even wanneer u nu werkelijk aan de beurt bent. We komen een keukentafelgesprek voeren. Uw buurvrouw? Tja, die zal naar het inloopspreekuur moeten. Zij zit in de derde batch P90 lang en haar woning zal opnieuw beoordeeld moeten worden. Daarvoor heeft CVW voorlopig geen capaciteit, we kijken in juni volgend jaar verder. Uw schoondochter woont in xxxxx? Nou, da’s nou fijn. Dat blijkt een heel veilig dorp te zijn! Ja, wel veel schade maar eigenlijk heel veilig. Uw zoon daarentegen dacht de dans te ontspringen in xxxxxxx maar die gaat het voor de kiezen krijgen. En wat dacht u van de mensen die in batch twee zitten? Het gesprek met die mensen richt zich sterk op de uitvoering maar.. zij kunnen ook gewoon afzien van de versterking. Ja, officieel mogen ze ook een herbeoordeling op een nieuwe norm krijgen hoor. Maar wanneer ze dan aan de beurt zijn weten we niet. Dat hangt af van het CVW.”

Met welke keuzes zadelen we bewoners hier op? Wat betekent dit voor de toekomst van zoveel mensen? Hoeveel slapeloze nachten is het ons waard? We hebben niet alleen medelijden met al die mensen die met onmogelijke keuzes worden geconfronteerd maar ook met al die bewonersbegeleiders die met onmogelijke boodschappen op pad worden gestuurd. Groot verloop en hoog ziekteverzuim zullen de operatie verder bemoeilijken.

Wie beslist op basis waarvan?
Vervolgens wordt in het Plan van Aanpak op geen enkele manier duidelijk hoe het nu uitgevoerd gaat worden. Wie beslist waarover? Wie is verantwoordelijk voor het vast stellen van de adressenlijsten? Wat is vervolgens de rol en het mandaat van lokale stuurgroepen? Wat van de NCG/EZK? Speelt de provincie nog ergens een rol? Hoe is de financiering geregeld? Krijgen lokale stuurgroepen een budget waarbinnen zij hun eigen plannen kunnen uitvoeren? Wie geeft eigenlijk opdracht voor de uitvoering? Heeft CVW een monopolie positie voor het leveren van inspecties of kan de stuurgroep die ook uit de markt halen? Komen lokale stuurgroepen met elkaar in concurrentie om capaciteit? In dat geval beslist de NCG. Op basis waarvan? Vragen waar in dit Plan van Aanpak geen antwoord op wordt gegeven.

Eigen initiatief
Herhaaldelijk hebben we gevraagd en is ook toegezegd dat inspecties ‘op aanvraag’ mogelijk moeten zijn. In het voorliggend Plan van Aanpak wordt dat teruggebracht tot een eventuele ‘zelfinspectie’ die ‘op verzoek’ gedaan kan worden. Wat zijn ‘zelfinspecties’?!? En als je dat zelf moet doen, waarom zou je daar dan om moeten verzoeken? En vervolgens lezen we dat pas kan als ‘er capaciteit voor beschikbaar is’, dus, de komende jaren nog niet. Dit was niet de afspraak! Er is duidelijk toegezegd dat bewoners die hun woning niet vertrouwen – zonder dat deze acuut onveilig is- een versterkingsinspectie moeten kunnen aanvragen. Een minimaal vervolg op Heft in Eigen Hand of Eigen Initiatief. Die mogelijkheid moet per direct, in ieder geval vanaf 1 januari 2019, geboden worden.

Tribune
We stappen met dit Plan van Aanpak met open ogen in een volgende fase van frustraties. Bewoners in een dorp, wijk of straat worden verschillend en in een verschillend tempo behandeld. Het is misschien uit te leggen maar het zal niet begrepen worden. Frustratie, onbegrip en onderlinge spanningen zullen het gevolg zijn. Planningen gaan niet gehaald worden, verwachtingen niet waar gemaakt. Gemeenten komen met elkaar in een concurrentiepositie en de provincie duikt op het Nationaal Programma. De regio wordt op alle niveaus uit elkaar gespeeld, ambtenaren gooien de handdoek in de ring, bestuurders haken af, maatschappelijke organisaties en bewoners zijn weer op de tribune geplaatst. Kortom, wij vrezen dat de versterking op deze manier niet gaat vliegen. Maar misschien is dat ook niet de bedoeling?

Goed geregeld?
In Den Haag zijn ze er intussen oprecht van overtuigd dat ze het nu goed geregeld hebben ‘voor Groningen’. Dat zij in een andere werkelijkheid leven dan wij hier in Groningen kan ze misschien niet eens verweten worden. Maar dat zij niet in staat zijn om dat te onderkennen en een serieuze poging te doen om de Groningse bril op te zetten; dat valt ze wel te verwijten. EZK heeft samen met NAM haar koers bepaald en dat daarbij ook sterk gelet is op kostenbeheersing is evident. “Veiligheid voorop, natuurlijk, maar dat moeten we niet overdrijven. Het moet wel betaalbaar blijven, niet waar?” Alles en iedereen die daar niet in mee wil of kan gaan, wordt meedogenloos aan de kant geschoven of genegeerd. “Het klagen moet maar eens afgelopen zijn”.

Doorgaan met uitvoering, doordenken over aanpak
Nogmaals: Het gaat er niet om dat alle details geregeld moeten zijn voordat we weer kunnen beginnen, of liever gezegd, eindelijk door te kunnen gaan met waar we aan waren begonnen. Wat ons betreft voorlopig met de batches en Heft in Eigen Hand, desnoods eerst alleen met de p50 daarbinnen. Er ligt genoeg klaar wat we altijd zullen moeten doen en dus zonder spijt nu kunnen doen. We krijgen pas spijt van het (laten) vaststellen van een Plan van Aanpak waarin niet alleen de details maar ook fundamentele vragen als: “wie betaalt wat en waar wordt dat beslist” niet zijn geregeld. Dus laten we de komende weken parallel gebruiken om een werkelijk gesprek te hebben over hoe nu verder. Het argument dat dit Plan van Aanpak nu door moet omdat mensen ‘nu recht hebben op duidelijkheid’ is een non-argument geworden. Er is maar één ding duidelijk: we weten het allemaal niet (zeker). Alles wat er meer gecommuniceerd wordt is wensdenken of schijnzekerheid creëren.’