Onlangs werd duidelijk dat het Centrum Veilig Wonen in 2017 opnieuw een winst heeft geboekt en wel van 2,5 miljoen euro. Dit is nog hoger dan eerdere jaren en niet voor de eerste keer leidde dit tot commotie. Nog vorig jaar sprak de hele Tweede Kamer zich uit in een motie dat winst maken op de afhandeling van schade of versterken zeer ongewenst is. Waarom gebeurt het toch weer?

Het antwoord is simpel, het gaat hier niet om een publieke taak maar om een bedrijfsmatige activiteit. Dat is een keuze geweest. Van NAM maar ook van het toenmalige kabinet. Bij het oprichten van een uitvoeringsinstanties ‘op afstand van de NAM’ is destijds door de Dialoogtafel aangedrongen op een stichting of een Publiek Private Samenwerkingsconstructie (PPS). NAM, niet gehinderd door de politiek, besloot anders. Het richtte een nieuw bedrijf op, een consortium met aandeelhouders.

Dat bedrijf, het CVW, draaide in 2017 volgens hun jaarverslag een omzet van 54 miljoen. Daarvan was 52,5 mln. bedrijfskosten en is er 2,5 mln. resultaat geboekt. Voor een ‘normaal’ bedrijf geen overdreven winstmarge. Het probleem is dat het CVW geen ‘normaal’ bedrijf is. Een normaal bedrijf is doorgaans gesticht met het doel om winst te behalen. Door producten en diensten in de markt aan te bieden en dit zodanig te doen dat zij aantrekkelijker is dan de concurrentie waardoor er maximale winst geboekt kan worden.

Het CVW is voor en door de NAM ingesteld om de schadeafhandeling, die tot dan toe intern bij NAM was belegd, ‘op afstand van NAM’ te gaan organiseren. Dat NAM de kosten daarvan voor haar rekening neemt is logisch, maar winst? Wat het extra moeilijk maakt is dat voor iedereen volstrekt onduidelijk is hoe deze winst bereikt kan worden. Het zogenaamde ‘business model’ van het CVW is niet openbaar. Van concurrentie in de markt is geen sprake. Wat moet het CVW doen (of nalaten) om met winst te kunnen draaien? Met andere woorden: Wat zijn de commerciële prikkels voor het CVW? Dat zijn niet dezelfde als bij een ‘normaal’ bedrijf. Al snel ontstaat de suggestie dat NAM CVW zou kunnen ‘belonen’ voor het laag houden van de uitgekeerde bedragen aan schade of versterking. Een aparte geldstroom die niet in de Jaarrekening van CVW is opgenomen. Of dit waar is weten we niet en kunnen we ook niet weten. De financiële afspraken tussen NAM en CVW zijn altijd geheim gebleven.

Het oorspronkelijke contract tussen CVW en NAM is eindig, dat loopt eind 2019 af. Grote vraag is wat er tot-die-tijd en daarna gaat gebeuren. Minister Wiebes en de Tweede Kamer zijn het erover eens dat de versterking, net als de schadeafhandeling, publiek moet worden georganiseerd. En een publieke organisatie maakt geen winst, hooguit bouwt het aan een eigen vermogen ten dienste van het publieke doel. Het is een politieke keuze die feitelijk genomen is en zal moeten landen in de ‘Versterkingswet’ die nu snel op tafel moet gaan komen!